Spring naar inhoud

Beleggingen

6.1 Marktontwikkelingen

Economische ontwikkelingen

2023 begon met enig groei-optimisme, gestimuleerd door de sterke arbeidsmarkt in de VS, dalende gasprijzen in Europa en de heropening van de economie in China. Dat optimisme werd echter aan het einde van het eerste kwartaal getemperd door problemen in de banksector (o.a. het faillissement van SVB en de neergang van Credit Suisse). In de daaropvolgende kwartalen nam het economisch momentum iets af, zoals weergegeven door de ‘Purchasing Manager Indices (PMIs)’. Vooral de gepubliceerde macrocijfers in de eurozone en China stelden teleur ten opzichte van verwachtingen, terwijl de cijfers in de VS de consensus gemiddeld bleven overtreffen. Bovendien bleef de toestand van de economie onzeker met zowel positieve signalen (sterke arbeidsmarkt, herstel consumentenvertrouwen) als negatieve krachten (hoge rente, huizenmarkt en verslechterende overheidsfinanciën).

Na een piek in 2022 daalde de inflatie in 2023 aanzienlijk, zowel in de eurozone als in de VS. De ‘headline’ inflatie in de eurozone daalde op jaarbasis van 9,2% in december 2022 naar 2,9% in december 2023. In de VS daalde de inflatie van 6,5% in december 2022 naar 3,1% in november 2023. Dit kwam door lagere energieprijzen en basiseffecten. De kerninflatie daalde ook in zowel de eurozone als in de VS, maar in mindere mate tot respectievelijk 3,4% en 4,0%. Het risico van 2e-orde inflatie-effecten via hogere huren en lonen is nog steeds aanwezig.

Zowel de Fed als de ECB bleven aanvankelijk agressief verkrappen in 2023. In de loop van het jaar namen het tempo en de omvang van de verhogingen echter af en in het derde kwartaal bereikten beide centrale banken het einde van de verkrappingscyclus. De Fed-rente bedraagt 5,25%-5,50% (1%-punt hoger dan aan het begin van het jaar) en de ECB-rente bedraagt 4,5% (2%-punt hoger dan aan het begin van het jaar). In de rest van 2023 ging de discussie over hoeveel de rente in 2024 weer zal worden verlaagd. Dit werd gevoed door een dalende inflatie, pessimisme over de groei en "dovish" uitspraken van centrale bankiers.

Financiële markten

Ondanks monetaire verkrapping, tijdelijke onrust in maart door het omvallen van verschillende banken, problemen met het Amerikaanse schuldenplafond, een aanhoudende oorlog in Oekraïne, de oorlog in Gaza/Israël en geopolitieke spanningen, boekten de aandelenkoersen in 2023 per saldo een indrukwekkende rally, vooral in de ontwikkelde markten. De belangrijkste verklaringen zijn de sterker dan verwachte daling van de inflatie, een veranderde kijk op het toekomstige monetaire beleid en optimisme over 'Artificial Intelligence (AI)'. De MSCI World Index steeg maar liefst 21% in lokale termen. De MSCI 'Information Technology' was de best presterende sector. De MSCI Emerging Markets Index steeg met 7% in lokale termen.

Gedurende het grootste deel van het jaar lieten rentes een stijging zien, gedreven door een strikter monetair beleid. Deze trend kwam in de laatste paar maanden tot stilstand, toen een lagere inflatie en 'dovish' uitspraken van ECB- en Fed-leden ervoor zorgden dat de markten een veel soepeler monetair beleid gingen inprijzen voor 2024. Als gevolg hiervan eindigde de 30-jaars euro swaprente 2023 lager (2,34%) dan aan het begin (2,53%).

De nominale 30-jaars swaprente is samengesteld uit een 30-jaars reële swaprentecomponent (-0,10%) en een 30-jaars inflatieswaprentecomponent (2,44%).

Aandelenmarkten 2023

Renteontwikkeling 2023

De beleggingsportefeuille

6.2 De beleggingsportefeuille

De totale beleggingsportefeuille van het pensioenfonds kwam eind 2023 uit op een vermogen van €2,117miljard wat een stijging is van bijna €200 miljoen ten opzichte van ultimo 2022. Dit is vooral te verklaren door de gestegen aandelen markten en de gedaalde rentes.  

De beleggingsportefeuille van het pensioenfonds bestaat uit een matchportefeuille (met als doel het verminderen van het (rente)risico versus de verplichtingen en daarnaast het betalen van een deel van de verplichtingen) en een returnportefeuille (met als doel het betalen van een deel van de verplichtingen, en daarnaast het genereren van extra rendement ten behoeve van herstel van de dekkingsgraad, het creëren van goede indexatie kansen en het betaalbaar houden van de regeling).

De liquide returnportefeuille behaalde in 2023 een positief rendement. Dit werd vooral veroorzaakt door de stijgende aandelenkoersen. Ook de vastrentende waarde beleggingen lieten een positief rendement zien door de gedaalde rente. Zo begon de 30-jaars euro swaprente in 2023 op 2,53% en daalde naar 2,34%. De illiquide portefeuille lieten een daling zien vanwege herwaarderingseffecten.

Het rentebeleid van het pensioenfonds is in 2023 ongewijzigd gebleven. De renteafdekking is blijven staan op 60%. 

De tabel toont de beleggingen eind 2023 in procenten: 

De tabel toont de beleggingen eind 2023 in procenten en in euro's (x € 1.000): 

  Belegd Vermogen (%) Belegd Vermogen (* € 1.000)
CATEGORIE 31-12-2023 31-12-2023
Returnportefeuille 62,01% 1.313.071
Matchingportefeuille 37,99% 804.314
Totaal Portefeuille 100,00% 2.117.385
     
Liquide return portefeuille    
Vastrentende waarden 30,69% 267.725
Beursgenoteerd vastgoed 2,76% 24.089
Aandelen 65,75% 573.554
Grondstoffen 0,00% 0
Liquiditeiten 0,80% 6.980
Totaal Liquide returnportefeuille 100,00% 872.348
     
Illiquide return portefeuille    
Particuliere hypotheken 33,55% 147.845
Zakelijke hypotheken 0,00% 0
Privaat vastgoed PGGM 40,61% 178.991
Privaat vastgoed SAREF 0,00% 0
Infrastructure 25,72% 113.365
Valuta overlay 0,12% 522
Totaal Illiquide returnportefeuille 100,00% 440.723
Totaal Returnportefeuille   1.313.071
     
Matching Portefeuille    
Euro staatsobligaties 49,05% 394.545
Euro bedrijfsobligaties 38,75% 311.675
Rente swaps -18,79% -151.142
Liquiditeiten 30,99% 249.236
Totale matching portefeuille 100,00% 804.314

Aanpassingen in de beleggingsportefeuille
De belangrijkste wijzigingen die gedurende 2023 in de portefeuille van het pensioenfonds hebben plaatsgevonden, zijn:

  • Het gebruik van klimaatindices voor de beleggingscategorieën Ontwikkelde Markten aandelen, Opkomende Markten aandelen en bedrijfsobligaties
  • Het wijzigen van de beleggingsvehikels voor Opkomende markten aandelen en Staatsobligaties opkomende landen

Rendementen van de beleggingsportefeuille

Het rendement van de portefeuille van het pensioenfonds wordt afgezet tegen een benchmark. Dit gebeurt om de resultaten te kunnen beoordelen. Het rendement van de totale portefeuille in 2023 was 7,26%. De benchmark was 9,50%. Dit betekent dat het pensioenfonds een ‘underperformance’ had van 2,05%. Na beheerkosten (17bp) wordt de underperformance van het pensioenfonds nog iets groter. In de tabel hieronder staan de rendementen (voor aftrek van management fee, maar na aftrek van de transactiekosten) per categorie en van de totale portefeuille in 2023.

De totale beleggingsportefeuille van het BPF-PB haalde in 2023 een positief rendement van 7,26%. Dit rendement werd vooral door de vastrentende waarden (incl de Match portefeuille) en de aandelenportefeuilles gerealiseerd. De illiquide assets lieten een negatief rendement zien vanwege diverse herwaarderingen.

BPF-PB zet het rendement van de portefeuille af tegen een meetlat. Zo’n meetlat heet een benchmark. Dit gebeurt om de resultaten goed te kunnen beoordelen. Het rendement van de totale portefeuille in 2020 was 7,26% en het rendement van de benchmark 9,50%. Dit betekent dat BPF-PB een ‘underperformance’ had van 2,05%. Het BPF-PB heeft dus minder rendement gehaald dan de benchmark.

De relatieve performance van de liquide assets laten over het algemeen een outperformance zien, wat opvalt is de underperformance van aandelen opkomende markten. Vorig jaar stond hier een outperformance van 4,4% en nu een underperformance van 3,25%. Is dit vooral te verklaren door een verschillende benchmark die het beleggingsfonds en BPF-PB hanteert.

De underperformance op totaal niveau wordt vooral verklaard door de illiquide assets. Deze laten een underperformance zien vanwege de herwaarderingen die hebben plaatsgevonden, door de nagatieve markten in 2023. Bij het Vastgoed van SAREF is nu ook de laatste belegging afgewikkeld en is de portefeuille nu leeg. 

Liquide Returnportefeuille   Year to Date  
  Portefeuille Index  
  Return Return  Relatief
Aandelen      
Ontwikkelde Markten 20,02% 19,25% 0,65%
Opkomende Markten 2,23% 5,66% -0,33%
       
Obligaties      
Opkomende Markten Lokale valuta 9,26% 8,81% 0,41%
High Yield 9,61% 9,57% 0,04%
       
Illiquide Returnportefeuille   Year to Date  
  Portefeuille Index  
  Return Return  Relatief
Infrastructuur -3,45% 4,28% -7,42%
Privaat Vastgoed PGGM -10,26% 3,70% -13,45%
Privaat Vastgoed SAREF -48,10% -4,06% -45,91%
Particuliere hypotheken 2,26% 7,19% -4,60%
Valuta Overlay* 1,06% 1,30% -0,24%
       
Matchportefeuille Year to Date  
  Portefeuille Index  
  Return Return  Relatief
Euro staatobligaties 8,63% 8,64% 0,00%
Euro Bedrijfsobligaties 8,18% 8,26% -0,07%
Rente swaps & liquiditeiten* -4,12% -4,13% 0,00%
       
Totaal Portefeuille Year to Date  
  Portefeuille Index  
  Return Return  Relatief
Totaal Portefeuille 7,26% 9,50% -2,05%
       
       
       

Z-score 2023 van de beleggingsportefeuille

De z-score wordt ieder jaar berekend. Deze score laat het verschil zien tussen het werkelijke rendement van de portefeuille en het rendement van de benchmark. Een positief getal betekent dat de beleggingen van het pensioenfonds het beter deden dan de markt. Een negatief getal betekent dat de beleggingen van het pensioenfonds het slechter deden dan de markt. Bij de berekening worden de kosten meegenomen. Daarnaast wordt een performancetoets gedaan. Deze toets berekent de z-scores over een periode van vijf jaar. In het Vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2000 staat dat vrijstelling van de verplichte deelname aan een bedrijfstakpensioenfonds mogelijk is als de performancetoets lager is dan 0%.

De z-score voor 2023 is -1,43%. De performancetoets is 0.29% waarmee het pensioenfonds boven de toegestane norm zit, wat wil zeggen dat op basis van de performancetoets er geen vrijstelling van de verplichte deelname aan het pensioenfonds mogelijk is.

6.3 Maatschappelijk Verantwoord Beleggen (MVB)

Inleiding

2023 was een uitdagend jaar voor verantwoord beleggen, grotendeels dankzij renteverhogingen en stijgende olieprijzen. Ook zagen we in de Verenigde Staten groeiende oppositie – zowel politiek als in de publieke opinie - tegen verantwoord beleggen.

Tegelijkertijd zijn inzicht in milieu-, sociale en governance factoren (ESG) meer dan ooit essentieel voor risicobeoordelingen en risicobeheersing. Neem klimaatverandering: wetenschappers verwachten dat 2023 het warmste jaar ooit zal worden. Extreme hittegolven, dodelijke bosbranden en verwoestende overstromingen herinnerden ons eraan dat het steeds duidelijker wordt om fysieke klimaatrisico's en -kansen mee te nemen in de beleggingsbeslissingen. Er zijn gelukkig ook positieve ontwikkelingen. In bijna alle landen op het noordelijk halfrond daalden de broeikasgasemissies per hoofd van de bevolking, ook in China, waar de emissies in 2024 waarschijnlijk verder zullen dalen als gevolg van de enorme investeringen in koolstofarme energie. De VS zitten ook op een neerwaarts pad, met als belangrijke factoren de sterke afname van elektriciteitsopwekking met kolen en verbeteringen in energie-efficiëntie.

De natuur is ondertussen de basis van de wereldeconomie, maar gaat snel achteruit door ontbossing en vervuiling. Zowel ondernemingen als beleggers moeten hun afhankelijkheid van en invloed op de natuur beter begrijpen en leren hoe ze het beste rekening kunnen houden met natuur gerelateerde risico's en kansen, bijvoorbeeld water. Door de groeiende vraag, klimaatverandering en vervuiling neemt de druk op waterbronnen toe, wat risico's met zich meebrengt voor bedrijven en de maatschappij.

Op sociaal gebied blijven mensenrechten in de toeleveringsketen belangrijk en zullen we ons blijven richten op het bevorderen van een meer systematische aanpak voor het identificeren en beheren van risico’s door bedrijven. Menselijk kapitaal is een belangrijk bedrijfsmiddel, waarmee zorgvuldig moet worden omgesprongen

Tot slot blijft corporate governance van fundamenteel belang voor goed geleide ondernemingen en effectief risicotoezicht. Diversiteit van de raad van bestuur is daarbij cruciaal en we sturen dan ook aan op een passende mix van vaardigheden, achtergronden en expertise. 

Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) 
De SFDR heeft als doel om de informatieverschaffing over duurzame beleggingen binnen de financiële sector te verbeteren. Het pensioenfonds heeft naar aanleiding van de ontwikkelingen op het MVB-beleidsvlak gedurende 2022 besloten om per 1 januari 2023 de pensioenregeling als een artikel 8-pensioenregeling te classificeren in het kader van SFDR. Ook is per die datum gekozen voor een "opt in" aangaande artikel 4 SFDR. Concreet betekent dit dat het pensioenfonds uiterlijk per 1 juli 2024 zal rapporteren over de impact van het beleggingsbeleid op duurzaamheidsfactoren. Ook verstrekt het pensioenfonds uiterlijk per 1 juli 2024 een periodieke artikel 8-rapportage. Deze is als bijlage toegevoegd aan dit jaarverslag.

Engagement, stemmen, uitsluitingen in 2023

Het engagementprogramma speelt een belangrijke rol in de uitwerking van ons streven naar lange termijn waarde creatie door ondernemingen aan te moedigen om in situaties waar duurzaamheidsproblemen zijn gesignaleerd, verbeteringen door te voeren in beleid, toezicht en praktijk. Het is een belangrijk instrument waarmee ESG due dilligence wordt vormgegeven: identificatie, beoordeling en mitigatie van duurzaamheidsrisico’s van de portefeuille op maatschappij en milieu én van duurzaamheidsrisico’s die mogelijk een materiële impact hebben op de beleggingsportefeuille.

Identificatie en beoordeling van materiële daadwerkelijke en potentiële negatieve impacts is het startpunt van het engagementprogramma waarmee Columbia Threadneedle Investment namens het pensioenfonds invulling geeft aan het mitigatieproces. Mitigatie vindt plaats binnen vier werkstromen van het engagementprogramma: 

Het programma voor ondernemingen met prioriteit richt zich op potentiële negatieve impact en strategische ESG-risico’s. Jaarlijks worden ondernemingen geselecteerd die als risicovol worden beoordeeld en die een groot gewicht hebben in de portefeuille. Startpunt is een beoordeling van prestaties van ondernemingen op belangrijke duurzaamheidsthema's zoals CO2-uitstoot, arbeidsomstandigheden en corruptie. Daarnaast richt de analyse zich op kernpunten van corporate governance, zoals onafhankelijkheid van bestuur en belangen van minderheidsaandeelhouders. Vervolgens worden de prestaties en strategie van ondernemingen kwalitatief beoordeeld, onder andere op basis van engagementervaring uit het verleden. Daarbij wordt beoordeeld of engagement succesvol kan zijn en of engagement de juiste mitigatiestrategie is. Met de geselecteerde ondernemingen wordt een intensieve dialoog gevoerd op strategisch niveau.

In 2023 zijn 10 engagementprojecten uitgevoerd, verdeeld over vijf hoofdthema’s klimaatverandering, milieuzorg, arbeidsomstandigheden, mensenrechten en corporate governance. Naast ESG-risico’s op het niveau van ondernemingen, worden ieder jaar ESG-thema's, trends en risico’s geïdentificeerd die van invloed zijn op groepen ondernemingen, bijvoorbeeld binnen sectoren of regio’s. Deze thema's worden uitgewerkt in projecten die ter stemming worden voorgelegd aan klanten. Ook dit jaar heeft het pensioenfonds zijn stem gebruikt om invloed uit te oefenen op de projectkeuze.

Het reactief engagement programma richt zich op het mitigeren van daadwerkelijke negatieve impacts van ondernemingen op maatschappij en milieu. Ieder kwartaal worden schendingen van de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen en de Global Compact van de Verenigde Naties door ondernemingen in portefeuille beoordeeld door Columbia Threadneedle, mede op basis van onderzoek door gespecialiseerde dataleveranciers. Daarbij wordt geprioriteerd naar ernst van de schending (wat wordt bepaald door heftigheid, schaal en onomkeerbaarheid van de impact) en de reactie van de onderneming op de schending. Engagement met geselecteerde ondernemingen richt zich op het beëindigen van de schending, aanpak van de negatieve effecten door herstel en/of verhaal en het voorkomen van schade in de toekomst.

In 2023 was de specifieke strategie Net Zero. Binnen het klimaatprogramma is in 2023 wederom ingezet op 'net zero'-toezeggingen van bedrijven en het ontwikkelen van strategieën om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te worden. Van bedrijven wordt verwacht dat zij tussendoelen formuleren voor het verminderen van hun CO2-emissies die voldoende ambitieus zijn. Ook dringen we aan op het ontwikkelen van een concrete strategie, op het lobbyen voor passend klimaatbeleid en op het ontwikkelen van de juiste governance structuur. Het doel van dit langlopende strategische programma is bijdragen aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs en invulling geven aan toezeggingen om als belegger klimaatneutraal te worden. Met name bedrijven in de mijnbouw en de nutssector zijn aangesproken. 

In 2023 zijn 366 ondernemingen in 34 landen aangesproken, hierbij hebben wij 599 engagements meegevoerd en dit heeft 115 keer aantoonbaar resultaat opgeleverd en wel op de volgende onderwerpen:

* Bedrijven kunnen op meerdere beleidspunten zijn aangesproken.

Bron: Columbia Threadneedle, BPF BP Annual 2023 ROAR rapport

*bedrijven kunnen op meerdere beleidspunten zijn aangesproken.

Wij beoordelen de engagement activiteiten en -resultaten ook naar bijdrage aan de Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties. In 2023 zijn de grootste bijdragen behaald SDG 13 – klimaatverandering, SDG 12 - duurzame consumptie en productie, SDG 8 – fatsoenlijk werk en SDG 5 – diversiteit.

Voorbeeld van engagement (Klimaatverandering):

Klimaatverandering: Uitfaseren van kolen (SDG 7, 9, 13)

In 2023 is engagement gevoerd met energiebedrijven en mijnbouwbedrijven over uitfasering van thermische kolen.

In veel ontwikkelde markten werd het jaar gekenmerkt door een voortzetting van de daling in het verbruik en de productie van thermische kolen, na een kleine opleving in de productie van kolengestookte elektriciteitscentrales in 2022 als gevolg van bezorgdheid over de energiezekerheid door de Russische invasie van Oekraïne.

Verschillende landen hebben dit jaar datum sluiting van kolencentrales naar voren gehaald, zoals Spanje: van 2030 naar 2025. Tijdens COP28 sloten de VS en acht andere landen zich aan bij de Powering Past Coal Alliance en zegden toe kolencentrales zonder mogelijkheid voor het afvangen van CO2 niet meer te bouwen en uit te faseren.

We hebben met verschillende Europese en Amerikaanse nutsbedrijven gesproken over de voortgang van de uitfasering van kolencentrales, waarbij we opriepen tot meer openheid over hun plannen voor het einde van de levensduur.  

In de loop van het jaar hebben we bijvoorbeeld zeven keer contact gehad met RWE, een van de grootste Europese elektriciteitsbedrijven. Het bedrijf heeft de uitfaseringsdatum voor de opwekking van thermische kolen vervroegd naar 2030. Met de plannen om hun drie bestaande bruinkoolmijnen te sluiten, was de ‘just transition’ een belangrijk onderwerp van de gesprekken en het was positief om te zien dat ze overeenkomsten hebben gesloten met de lokale overheden en vakbonden over vervroegde uittreding en omscholing van werknemers.

We zijn ook in gesprek geweest met verschillende Aziatische bedrijven, die nog steeds nieuwe kolencentrales in gebruik nemen. Omdat de gemiddelde leeftijd van de centrales onder de 15 jaar ligt, zijn de gesprekken met deze bedrijven meer gericht op hun plannen om deze centrales aan te passen met afvang en opslag van CO2, of om bij te stoken met ammoniak of biomassa.

Voorbeeld van engagement (mensenrechten)

Mensenrechten due diligence (SDG 8, 12)

In 2022 zijn we gestart met dit project, waarbij we ons in eerste instantie richtten op bedrijven uit zowel ontwikkelde als opkomende markten in de sectoren mijnbouw, auto's, ICT, supermarkten, landbouw en kleding.  We richtten on daarbij op de bedrijven die het laagst scoren op de due diligence-indicator voor mensenrechten van de Corporate Human Rights Benchmark (CHRB) van de World Benchmarking Alliance.

Over het geheel genomen constateert de benchmark vooruitgang op het gebied van risicobeheer met betrekking tot mensenrechten, aangezien het aantal bedrijven met de laagste score op belangrijke mensenrechtenindicatoren is gedaald sinds de start van de benchmark in 2017. Toch zijn er duidelijke verschillen in progressie.

Consumentenbedrijven verbeterden het meest, vooral dankzij betere informatieverschaffing over risicobeheersing. Verbeterde prestaties bij alle voedingsmiddelen- en drankenbedrijven waren vooral te danken aan een betere transparantie over verantwoordelijkheid voor mensenrechten binnen het bedrijf.

Een van de belangrijkste lessen uit het project is dat bedrijven de effectiviteit van hun aanpak moeten aantonen, met aandacht voor de stap van beleid naar actie. Daarbij kunnen bedrijven niet alleen vertrouwen op externe audits om risico's op het gebied van mensenrechten en arbeidsnormen te identificeren.

Stemmen

Wij zien stemmen als een belangrijk onderdeel van actief aandeelhouderschap. We zoeken voor en na het stemmen contact met ondernemingen. We leggen onze verwachtingen uit, vragen om commentaar en lichten eventueel toe waarom we tegen de directie hebben gestemd. De verwachtingen van de ondernemingen waarin wordt belegd en de uitvoering van ons stembeleid, vloeien voort uit de Nederlandse Corporate Governance Code en de OESO en ICGN (International Corporate Governance Network) principes van goed ondernemingsbestuur.

Voor het stemmen op aandeelhoudersvergaderingen onderschrijven wij de corporate governance richtlijnen, waarin rekening wordt gehouden met duurzaamheid op het gebied van milieu en sociale factoren, mede gebaseerd op de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en de VN mensenrechten-richtlijn. Door middel van stemmen op afstand (proxy voting) zijn wij in staat wereldwijd van ons stemrecht gebruik te maken.

De belangrijkste aandachtsgebieden bij het stemmen in 2023 waren beheersing van sociale- en milieurisico’s inclusief klimaatverandering en biodiversiteit; onafhankelijkheid en diversiteit van bestuur; beloningsverschillen binnen ondernemingen. In 2023 hebben wij via het stembeleid ondernemingen actief aangespoord bij te dragen aan verlaging van de wereldwijde uitstoot van CO2. Niet alleen door aandeelhoudersvoorstellen die hierom vroegen te steunen, maar ook door tegen voorstellen van het bestuur, zoals herbenoemingen te stemmen bij bedrijven die door de stemuitvoerder als klimaatachterblijver werden beoordeeld in hoog risico-sectoren, zoals energie, mijnbouw en transport.

In totaal hebben wij 15.943 stemmen uitgebracht. Bij 13,8% van alle vergaderingen (1.109) hebben wij minstens 1 keer tegen het advies van het bestuur gestemd. Vooral op het punt van bestuursbenoeming  en beloning stemden wij relatief vaak tegen. 

bron: Columbia Threadneedle, BPF BP Annual 2023 ROAR rapport

* Een vergadering/stemming/voorstel wordt beschouwd als ‘niet gestemd’ als de stemming wordt afgewezen door de tussenpersoon (bijv. niet de juiste documentatie); als de instructie ‘Niet stemmen’ is afgegeven (bijv. in markten met aandelenblokkering); of als er geen instructies zijn afgegeven.

Uitsluitingen

Voor controversiële wapens is besloten om alle genoemde soorten controversiële wapens en vormen van betrokkenheid van ondernemingen uit te sluiten. Hieronder vallen ABC-wapens (Atomair, Biologisch, chemisch), wapens met verarmd uranium, verblindende wapens, niet-traceerbare wapens, ontvlammende wapens, cluster-munitie en landmijnen. Voor tabak is besloten om alle producenten uit te sluiten, om alle grondstoffenleveranciers uit te sluiten, voor distributeurs en licentiehouders een omzetdrempel van 10% te hanteren en voor verkopers ook een omzetpercentage van 10% te hanteren. Daarnaast worden landen die op de sanctielijst van de VN Veiligheidsraad staan, uitgesloten.

Landen of ondernemingen waarin op basis van wetgeving (zoals de EU sanctielijst) niet mag worden belegd worden door de vermogensbeheerders van het pensioenfonds uitgesloten. Op onze website wordt de uitsluitingen lijst gepubliceerd. Deze lijst wordt twee keer per jaar geactualiseerd en bij wijzigingen aangepast.

MVB vooruitblik

Het tegengaan van klimaatverandering en het beschermen van biodiversiteit blijven ook in 2024 prioriteiten. Naast deze belangrijke milieukwesties zal de nadruk liggen bij mensenrechtenkwesties en diversiteit van besturen. In 2024 richten we ons vooral op de kwaliteit van transitiestrategieën. Als gevolg van gezamenlijke engagement en strenger overheidsbeleid, zien we dat veel bedrijven wel doelstellingen hebben geformuleerd, maar dat het vaak ontbreekt aan implementatie. Wij we dringen aan op concrete plannen met stevige tussendoelen en een duidelijke strategie met investeringsplannen die bijdragen aan de doelstelling om klimaatneutraal te worden. We hebben in 2024 ook aandacht voor de druk die de elektrificatie van transport en veel industriële processen zal leggen op de elektriciteitssector en op de toeleveringsketens van batterijen. Bij een scenario in lijn met een toekomst 'ver onder de 2 graden' zou de vraag naar kritieke mineralen kunnen verviervoudigen. Dit is een van de vele potentiële knelpunten die we verder zullen onderzoeken. Naast de meer voor de hand liggende risico's van overstromingen of droogte, zien we ook dat bedrijven hun processen in toenemende mate moeten aanpassen om de veiligheid van werknemers, bijvoorbeeld door extreme hitte, te waarborgen. Daarnaast krijgen bedrijven meer onzekerheden in hun toeleveringsketen als gevolg van onvoorspelbare weersomstandigheden. In 2024 zullen we ons richten op waterrisicobeheer als een belangrijke oorzaak van klimaatrisico. We gaan in gesprek met bedrijven in de landbouw- en mijnbouwsector om beter te begrijpen hoe zij huidige en toekomstige waterrisico's beoordelen en beperken. Dit zal nauw aansluiten bij ons engagement op het gebied van biodiversiteit en voedselsystemen.  Engagement over voedselsystemen zal zich richten op de sociale- en milieurisico’s in de keten en dringen we aan op het aanpakken van plasticvervuiling en uitstoot van broeikasgassen, het beheersen van waterstress en uitputting van de bodem, het waarborgen van arbeidsomstandigheden en het uitbannen van ontbossing bij de inkoop van grondstoffen. Ten slotte houden we aandacht voor corporate governance, waarbij we speciale aandacht zullen besteden aan onafhankelijke evaluatie van het functioneren van de raad van bestuur van bedrijven in portefeuille.

6.4 Vooruitzichten 2024

Ondanks het aanzienlijk strakkere monetaire beleid in de ontwikkelde markten blijven de arbeidsmarkten in zowel de eurozone als de VS relatief sterk. Daarom acht de consensus een 'zachte landing' waarschijnlijker dan een 'harde landing'. De consensusraming voor de groei in de eurozone in 2024 is 0,5%, gevolgd door een groei van 1,3% in 2025. Voor de VS gaat de consensus uit van respectievelijk 1,3% en 1,7%. Voor China gaat de consensus uit van een groei van respectievelijk 4,6% en 4,4%.

In lijn met de gerealiseerde inflatie zijn de inflatieverwachtingen aanzienlijk gedaald. De inflatieswapmarkt prijst in dat de inflatie in de eurozone de komende jaren rond de 2-2¼% zal liggen en daarna weer licht zal stijgen naar 2,5% op een horizon van 15 jaar. De consensusverwachting van economen en analisten voor de inflatie in de eurozone is 2,5% in 2024, gevolgd door 2,1% in 2025.

Gedreven door een lagere inflatie en pessimisme over de groei is de consensus dat zowel de Fed als de ECB de rente in 2024 aanzienlijk zullen verlagen. De markt gaat ervan uit dat de Fed-rente eind 2024 ongeveer 1¼%-punt lager zal zijn en die van de ECB zelfs ongeveer 1¾%-punt lager dan eind 2023.

Belangrijke thema’s en drijvers in 2024 zullen net als in 2023 nog steeds zijn: de geopolitieke fragmentatie, de oorlog in Oekraïne, een conflict tussen de VS en China, klimaatverandering en Artificial Intelligence. Daar is politieke onzekerheid bij gekomen, met de Amerikaanse presidentsverkiezingen in november 2024.

Versie:
v6.2.32

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report