12.1 Deelnemersbestand
| Stand ultimo 2022 | Bij | Af | Stand ultimo 2023 | |
|---|---|---|---|---|
| Actieven | 22.717 | 7.567 | 3.752 | 26.532 |
| Slapers | 36.228 | 4.710 | 10.141 | 30.797 |
| Pensioengerechtigden | 5.734 | 733 | 203 | 6.264 |
| Waarvan: | ||||
| (tijdelijk) Ouderdomspensioen | 4.253 | 567 | 138 | 4.682 |
| Arbeidsongeschiktheidspensioen | 0 | 0 | ||
| Partnerpensioen | 1.354 | 142 | 44 | 1.452 |
| Wezenpensioen | 127 | 24 | 21 | 130 |
| Totaal | 64.679 | 13.010 | 14.096 | 63.593 |
12.2 Begrippenlijst
Abtn
Actuariële en bedrijfstechnische nota, hierin wordt de organisatorische en integrale financiële opzet van het pensioenfonds en de actuariële grondslagen waarop deze berust, gemotiveerd omschreven.
Actuariële grondslagen
De berekeningsgrondslagen waarop de premie en het liquidatievermogen van het pensioenfonds zijn gebaseerd: onder meer de rekenrente, overlevingskansen, arbeidsongeschiktheidskansen, loongroeivoet en kosten.
Actuariële analyse
In deze analyse wordt de invloed verklaard van opgetreden verschillen tussen de actuariële grondslagen en werkelijke ontwikkelingen.
AFM
Autoriteit Financiële Markten.
Allocatie
Verdeling belegd vermogen voor diverse beleggingscategorieën.
Asset Liability Management (ALM)
Het in kaart brengen van de onderlinge samenhang van pensioenverplichtingen, premiebeleid en beleggingsportefeuille. Met behulp van ALM-simulatiemodellen worden beelden geschetst van de kansen en bedreigingen voor het pensioenfonds in diverse economische scenario's.
Beleggingsmix
De verdeling van beleggingen over verschillende beleggingscategorieën, bijvoorbeeld: aandelen, onroerend goed en vastrentende waarden mogelijk met een nadere onderverdeling naar subcategorieën.
Beleggingsbeleid
Een pensioenfonds is verplicht om op prudente wijze in het belang van alle betrokkenen te beleggen. Het beleggingsbeleid van een pensioenfonds zoekt een balans tussen enerzijds het uitsluiten van beleggingsrisico's en anderzijds het behalen van een zo hoog mogelijk rendement. Bovendien moet de afstemming van beleggingen op de verplichtingen juist zijn: het pensioenfonds moet op het juiste moment aan haar verplichtingen kunnen voldoen. Om optimaal aan deze uitgangspunten te voldoen is een juiste samenstelling van de beleggingsmix noodzakelijk, die met behulp van een ALM-studie kan worden vastgesteld. In het Beleggingsbeleid wordt omschreven op welke manier het pensioenfonds hieraan invulling geeft.
Beleggingsfondsen
Een beleggingsfonds is een collectieve belegging in diverse effecten, afhankelijk van de doelstelling van het pensioenfonds. Het opgebouwde kapitaal wordt beheerd door specialisten. Dit gebeurt op basis van een overeengekomen beleggingsbeleid.
Beleidsdekkingsgraad
Het voortschrijdende gemiddelde van de actuele maanddekkingsgraden over de afgelopen twaalf maanden. De beleidsdekkingsgraad is bepalend voor:
- het moment dat het pensioenfonds in een tekortsituatie komt, dan wel uit een tekortsituatie komt;
- de evaluatie van een eventueel herstelplan;
- het doorvoeren van eventuele kortingen;
- de indexaties.
Benchmark (index)
Vergelijkingsmaatstaf. Vooraf vastgestelde, objectieve maatstaf voor de prestatie van een beleggingsportefeuille of beleggingsfonds.
Contante waarde aanspraken/verplichtingen
Het bedrag dat op een bepaald moment nodig is om in de toekomst de betalingen van de toegezegde uitkering te kunnen doen. Hierbij is rekening gehouden met renteontwikkeling en de actuariële grondslagen.
Corporate Governance
Corporate governance is een term voor de wijze waarop ondernemingen worden bestuurd en de wijze waarop toezicht wordt gehouden op dat bestuur. Voor pensioenfondsen geldt de Code pensioenfondsen. Deze is opgesteld door de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid, die hiermee normen formuleren voor “goed pensioenfondsbestuur”. De Code staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van het volledige stelsel van bestaande wet- en regelgeving.
Custodian
Custodian is de financiële instelling die de effecten bewaart en administreert.
(Actuele) Dekkingsgraad
De verhouding op een bepaald moment tussen enerzijds de waarde van de beleggingen en anderzijds de contante waarde van de pensioenverplichtingen.
Dekkingstekort
Situatie dat de aanwezige middelen van het pensioenfonds niet langer toereikend zijn om de voorzienig pensioenverplichtingen en het minimaal vereist eigen vermogen te dekken. Hiervan is sprake zodra de beleidsdekkingsgraad onder de dekkingsgraad behorende bij het minimaal vereist vermogen uitkomt.
Derivaten
Afgeleide financiële instrumenten, dat wil zeggen financiële contracten, waarvan de waarde wordt afgeleid van een onderliggende waarde (bijvoorbeeld een aandeel), een referentieprijs of een index (bijvoorbeeld de AEX-index). De hoofdvormen van derivaten zijn opties, termijncontracten en forward contracten.
DNB
De Nederlandsche Bank.
Duration
Maatstaf voor rentegevoeligheid van obligaties. Hoe langer de resterende looptijd, des te sterker obligatiekoersen reageren op een renteverandering en hoe hoger de duration.
Ervaringssterfte
Omdat aangenomen wordt dat de werkende bevolking gezonder is dan de niet werkende bevolking wordt op basis van ervaringscijfers op de sterftekansen zoals ontleend aan de prognosetafel een leeftijdsafhankelijke afslag toegepast. Door rekening te houden met deze ervaringssterfte hoeven geen leeftijdscorrecties te worden toegepast.
Fed
De Federal Reserve System of Federal Reserve of informeel ook wel The Fed is de federale, centrale bank van de Verenigde Staten van Amerika, vergelijkbaar met de Europese Centrale Bank.
Franchise
Het deel van het salaris waarover geen pensioenopbouw plaatsvindt.
FTK
Financieel toetsingskader, hoofdstuk 6 van de Pensioenwet, geldend vanaf 1 januari 2015.
Grondstoffen
Beleggen in grondstoffen is het direct investeren in grondstoffen of indirect via bijvoorbeeld termijncontracten, waarbij de waarde is gebaseerd op grondstoffen. Verhandelde termijncontracten zijn onder andere energie, metalen en landbouwproducten.
Haalbaarheidstoets
Dit is een toets waarmee het pensioenfonds laat zien in hoeverre naar verwachting de ambities worden waargemaakt. Het pensioenfonds voert deze toets jaarlijks uit danwel bij een wijziging van de regeling.
Haircut
Een percentage dat wordt afgetrokken van de (markt) waarde of van de nominale waarde van posities die als onderpand worden gebruikt, waardoor de gehanteerde waarde voor die posities wordt afgewaardeerd. De haircut wordt vastgesteld op basis van het risico: hoe lager de risico-inschatting, des te lager het haircut-percentage (en hoe hoger de onderpandswaarde).
High Yield (obligaties)
Hoogrenderende obligaties, uitgegeven door ondernemingen met een lagere kredietwaardigheid.
Kostendekkende premie
De premie die nodig is om de onvoorwaardelijk en voorwaardelijke onderdelen van de pensioenovereenkomst in dat jaar en voor de langere termijn na te komen.
Liquide middelen
Alle geldmiddelen waarover een bedrijf op korte termijn kan beschikken.
Marktwaarde
Waarde van een beleggingsobject als het op dit moment zou worden verkocht.
Monitoring
Monitoring is het continue proces van overzicht van de consequente en juiste werking van de controlemaatregelen. Deze monitoring kan door het pensioenfonds zelf gebeuren of uitbesteed worden aan een onafhankelijk orgaan (bijvoorbeeld audit). Monitoring maakt integraal deel uit van het controlesysteem van het pensioenfonds.
Normportefeuille
Dit is de fictieve beleggingsportefeuille die jaarlijks door het pensioenfonds wordt vastgesteld en waarmee de feitelijke beleggingsperformance wordt vergeleken.
Obligaties / staatsobligaties
Een schuldbewijs van een lening die door een overheidsinstelling, een onderneming of een instelling is aangegaan. Als een bedrijf geld nodig heeft kan het door het uitgeven van een obligatielening aan de benodigde financiering komen. De koper van de obligatie ontvangt van de uitgever een rentevergoeding.
Onroerend goed
Men kan direct en indirect beleggen in onroerend goed. Direct beleggen kan men door specifieke woningen of winkels aan te kopen. Indirect kan men investeren middels participaties in beleggingsfondsen aan te kopen die beleggen in onroerend goed.
Outperformance
Het verschil (positief of negatief) tussen het behaalde rendement en het rendement van de betrokken benchmark. Dit verschil geeft aan hoeveel waarde is toegevoegd door middel van beleggingsbeleid.
Pensioenfederatie
Koepelorganisatie die als doel heeft de gemeenschappelijke belangen van de bij haar aangesloten pensioenfondsen te behartigen.
Pensioengrondslag
Het gedeelte van het loon dat de grondslag vormt voor de pensioenopbouw en premiebetaling.
Pensioenovereenkomst
Hetgeen tussen cao-partijen is overeengekomen met betrekking tot pensioen zoals kan blijken uit bijvoorbeeld een cao, een protocol of het pensioenreglement inzake de verplichte deelneming in het pensioenfonds.
Pensioenreglement
Het pensioenreglement is een samenstel van regels, waarin de pensioenregeling is beschreven. Het bevat de rechten en verplichtingen van het pensioenfonds, de deelnemers, de gewezen deelnemers en de pensioengerechtigden.
Pensioenvermogen
Het totale vermogen van het pensioenfonds.
Pensioenwet
De wettelijke regels betreffende pensioenen; voor het laatst bijgesteld per 1 januari 2015.
Pensioen 1-2-3
Pensioen 1-2-3 biedt de deelnemer gelaagde informatie over zijn pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 is bestemd voor nieuwe en bestaande deelnemers. De deelnemer bepaalt zelf hoe gedetailleerd hij de informatie tot zich neemt: op hoofdlijnen (laag 1), met toelichting op de hoofdlijnen (laag 2) of gedetailleerd (laag 3).
- Laag 1: De pensioenregeling ‘in 5 minuten’. In deze eerste laag worden alle belangrijke onderdelen genoemd.
- Laag 2: De pensioenregeling ‘in 30 minuten’. Deze tweede laag gaat dieper in op alle informatie uit laag 1;
- Laag 3: De pensioenregeling ‘in detail’. Deze derde laag bevat documenten, zoals het pensioenreglement, het jaarverslag en de statuten.
Performance
De performance van (een deel van) het vermogen is het totale rendement op marktwaarde. Deze performance wordt normaliter vergeleken met de performance van de benchmark(index). Door middel van een zogenoemde performance attributie-analyse wordt het verschil tussen deze beiden op een kwantitatieve wijze verklaard.
Rating
De rating van een belegging of een onderneming geeft het kredietrisico of debiteurenrisico van deze belegging of onderneming weer. De ratings worden vastgesteld door gespecialiseerde bureaus en kennen verschillende indelingen.
Rekenrente
Het rendementspercentage dat wordt verondersteld dat het belegde vermogen in de toekomst opbrengt.
Renterisico
Het risico dat het pensioenfonds loopt door een verschil in de rentegevoeligheid (duration) van de beleggingen en de rentegevoeligheid van de verplichtingen.
Reservetekort
Situatie dat de aanwezige middelen van het pensioenfonds niet langer toereikend zijn om de voorzienig pensioenverplichtingen en het vereist eigen vermogen te dekken. Hiervan is sprake zodra de beleidsdekkingsgraad onder de dekkingsgraad behorende bij het vereist vermogen uitkomt.
Securities Lending
Securities lending is het proces waarbij effecten worden uitgeleend tegen een vergoeding. Daarbij is onderpand van toepassing om het tegenpartijrisico te mitigeren.
Solvabiliteit
Het benodigde vermogen van het pensioenfonds om op langere termijn aan haar verplichtingen te kunnen voldoen.
Solvabiliteitsopslag
Is de opslag voor de opbouw en instandhouding van de vereiste solvabiliteit.
Sterftegrondslag
Berekeningsmethode gebaseerd op een statisch overzicht van sterftekansen per leeftijd van een bepaalde groep personen.
Strategische beleggingsmix
De lange termijn verdeling van het belegd vermogen over de verschillende beleggingscategorieën (aandelen, vastrentende waarden, onroerend goed). Deze verdeling wordt gebaseerd op een ALM-studie.
Swap
Een derivaat waarbij een partij een bepaalde kasstroom of risico wisselt tegen dat van een andere partij. Het pensioenfonds maakt gebruik van renteswaps waarbij korte en lange rentes worden uitgewisseld.
Toekomstbestendige toeslagverlening
Van toekomstbestendige toeslagverlening is sprake indien redelijkerwijs mag worden verondersteld dat deze toeslag ook in de daaropvolgende jaren kan worden verleend.
Toeslag pensioen
Verhoging van een pensioen of van een aanspraak op pensioen, die op voorwaarden wordt verleend.
Toeslagambitie
Hoogte van de toeslag die op de lange termijn wordt nagestreefd.
Uitvoeringsreglement
De overeenkomst over de uitvoering van de pensioenovereenkomst tussen het pensioenfonds en de aangesloten werkgevers.
Ultimate Forward Rate (UFR)
Pensioenfondsen zijn verplicht om bij de berekening van hun financiële verplichtingen gebruik te maken van de door toezichthouder DNB vastgestelde rentetermijnstructuur, die is afgeleid van de rentes voor verschillende looptijden in de markt. Omdat voor lange looptijden niet altijd voldoende marktinformatie beschikbaar is, wordt gebruik gemaakt van de zogeheten ultimate forward rate (UFR) methode. Kenmerkend voor toepassing van de UFR-methode op de rekenrente is dat de rente voor de waardering van pensioenverplichtingen op zeer lange termijn tendeert naar het niveau van de UFR. De richting voor de rente voor lange looptijden wordt bepaald op basis van een voortschrijdend 120-maandsgemiddelde van de 20-jaarsforward rentes.
Vastrentende waarden
Verzamelnaam voor beleggingen waarop in beginsel een vaste rentevergoeding en een vaste looptijd geldt. Voorbeelden van vastrentende waarden zijn obligaties, onderhandse leningen en hypotheken.
Vermogensbeheerder
Een professionele beheerder van vermogens voor organisaties (zoals pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen enzovoorts) en/of vermogende particulieren. Vermogensbeheerders zijn vaak onderdeel van een bank, dan wel financiële instelling, maar kunnen ook een onafhankelijke organisatie zijn. In Nederland kunnen vermogensbeheerders zich onder bepaalde voorwaarden laten registreren bij Autoriteit Financiële Markten.
Vereist eigen vermogen
Het vereist eigen vermogen wordt zodanig vastgesteld dat het pensioenfonds met een wettelijke zekerheidsmaat van 97,5% voorkomt dat binnen een jaar over minder waarden / vermogen beschikt dan de hoogte van de technische voorzieningen.
Waardeoverdracht
Het naar een andere pensioenregeling overdragen van de waarde van een tot dat moment opgebouwde pensioenaanspraak, in het geval de deelnemer verandert van werkgever.
WIA
Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, in werking getreden per 1 januari 2006 als opvolger van de Wet op de Arbeidsongeschiktheid (WAO).
Z-score
Gestandaardiseerde jaarlijkse meting van de beleggingsresultaten van verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen. Gemeten wordt de mate waarin het werkelijke rendement van een pensioenfonds afwijkt van het rendement van de door het bestuur vastgestelde normportefeuille.
12.3 Overzicht nevenfuncties bestuursleden
| Naam | Nevenfunctie |
|---|---|
| W. J. Boot | |
| Reiswerk Pensioenen i.l. | Werknemersvoorzitter |
| Opf Witteveen en Bos | Lid visitatiecommissie (tot september 2023) |
| FNV | Pensioenbestuurder |
| Lions Domstad | President |
| Bedrijfstakpensioenfonds Schilders | Werknemersvoorzitter (tot maart 2023) |
| E.M.C. Eelens | |
| Bedrijfstakpensioenfonds Schilders | Bestuurslid |
| Pensioenfonds PostNL | Bestuurslid |
| Getronics UK Pension Plan | Lid beleggingscommissie |
| Pensioenfonds Robeco | Lid raad van toezicht |
| Muse Advisory (UK) | Senior Associate |
| J.C.A. Kestens | |
| geen nevenfuncties | |
| R. de Vries | |
| Pensioenfonds Horeca & Catering | Bestuurslid |
| Erithakos (management) BV | Zelfstandig ondernemer in arbeidsverhoudingen, arbeidsvoorwaarden en pensioen o.a. voor de Nederlandse Veiligheidsbranche |
| Aevia BV | Mede-eigenaar/DGA (33,33%) |
| Stichting Orsima | Roulerend voorzitter/vice voorzitter |
| Stichtingen contractcatering | Roulerend voorzitter/vice voorzitter |
| Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden voor de Contractcateringbranche II | Roulerend voorzitter/vice voorzitter |
| Sociaal Fonds Particuliee Beveiliging | Bestuurslid (penningmeester) |
| P. Priester | |
| Stichting Pensioenfonds Robeco | Voorzitter raad van toezicht |
| Bedrijfstakpensioenfonds OAK | Uitvoerend bestuurslid Risk en Pensioen & Communicatie |
| Pensioenfonds Thales | Lid raad van toezicht |
| Pensioenfonds MITT | Lid bezwarencommissie |
| Bedrijfstakpensioenfonds Levensmiddelen | Lid raad van toezicht |
| L. van Gelder | |
| G4S | Manager processes & rewards |
| C. van Loon | |
| Uitvaartverzekeraar DELA | Lid Algemene Vergadering |
| Harmonie Kolping's Zonen Bergen op Zoom | Penningmeester |
| M. Verbrugge | |
| Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (SFPB) | Bestuurslid |
| Centraal Beheer APF | Lid samengevoegd belanghebbendenorgaan |
| Onderhandelingsdelegatie werkgevers Particuliere Beveiliging | Lid |
| NVD Beveiligingen | Financieel en Operationeel directeur |
| E.R. Schuring | |
| Stichting Pensioenfonds Thales Nederland | Aspirant Bestuurslid |
| NGK Hardenberg Baalderveld | Bestuurlijke Diaken |
| 3xM | Aspirant lid raad van toezicht |