10.4 Toelichting op de jaarrekening
10.4.1 Algemeen
Activiteiten
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Particuliere Beveiliging (hierna 'het pensioenfonds'), is statutair gevestigd te Amsterdam. De stichting is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 41209638.
Het doel van het pensioenfonds is het nu en in de toekomst verstrekken van uitkeringen aan gepensioneerden en nabestaanden ter zake van ouderdom en overlijden; tevens verstrekt het pensioenfonds uitkeringen aan arbeidsongeschikte deelnemers. Het pensioenfonds geeft invulling aan de uitvoering van de pensioenregeling van de in de branche verplicht gestelde aangesloten werkgevers. Deze doelstelling is nader uitgewerkt in onder andere de statuten, het pensioenreglement, de uitvoeringsovereenkomst en de Actuariële en Bedrijfstechnische Nota (ABTN) van het pensioenfonds.
Overeenstemmingsverklaring
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals deze zijn opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW en met inachtneming van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, in het bijzonder Richtlijn 610 Pensioenfondsen.
Het bestuur heeft op 12 juni 2024 de jaarrekening vastgesteld.
Referenties
In de balans en de staat van baten en lasten zijn referenties opgenomen waarmee wordt verwezen naar de toelichting.
10.4.2 Grondslagen
Algemene grondslagen
Alle bedragen in de jaarrekening zijn vermeld in € 1.000, mits anders is aangegeven. De grondslagen zijn ongewijzigd ten opzichte van vorig boekjaar, tenzij anders is aangegeven.
Continuïteitsveronderstelling
De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de continuïteitsveronderstelling.
Opname van een actief of een verplichting
Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar het pensioenfonds zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde. Dit betekent dat transacties worden verwerkt op handelsdatum en niet op afwikkelingsdatum. Als gevolg hiervan kan sprake zijn van een post "nog af te wikkelen transacties". Deze post kan zowel een actief als een passief zijn.
Verantwoording van baten en lasten
Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Saldering van een actief en een verplichting
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als nettobedrag in de balans opgenomen indien sprake is van een wettelijke of contractuele bevoegdheid om het actief en de verplichting gesaldeerd en gelijktijdig af te wikkelen en bovendien de intentie bestaat om de posten op deze wijze af te wikkelen. De met de gesaldeerd opgenomen financiële activa en financiële verplichtingen samenhangende rentebaten en rentelasten worden eveneens gesaldeerd opgenomen.
Vreemde valuta
Functionele valuta
De jaarrekening is opgesteld in euro's, zijnde de functionele en presentatievaluta van het pensioenfonds.
Transacties, vorderingen en schulden
Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend naar euro's tegen de koers per balansdatum. De uit de afwikkeling en omrekening voortvloeiende koersverschillen komen ten gunste of ten laste van de staat van baten en lasten.
| 31 december 2023 | Gemiddeld 2023 | 31 december 2022 | Gemiddeld 2022 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| USD | 1,1046 | 1,8012 | 1,0673 | 1,1011 | ||||
| GBP | 0,8666 | 0,8696 | 0,8873 | 0,8628 | ||||
| JPY | 156,2500 | 151,5152 | 140,8183 | 135,7073 |
Schattingen
De opstelling van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten.
De schattingen en hiermee verbonden veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden en verschillende andere factoren die gegeven de omstandigheden als redelijk worden beschouwd. De uitkomsten hiervan vormen de basis voor het oordeel over de boekwaarde van activa en verplichtingen die niet op eenvoudige wijze uit andere bronnen blijkt. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen.
De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld.
Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien, en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.
Schattingswijzigingen
Met ingang van 1 januari 2024 is het opbouwpercentage verhoogd van 1,60% naar 1,84%. Hierdoor wordt de toekomstige opbouw van arbeidsongeschikten ook hoger. Omdat arbeidsongeschikten zijn vrijgesteld van premiebetaling, wordt dit in de voorziening opgenomen. De technische voorziening stijgt hierdoor en dit zorgt voor een negatief resultaat van € 6.110 en daardoor een negatief effect op de dekkingsgraad van 0,5%
In december 2023 heeft het bestuur besloten de opslag voor toekomstige excassokosten op de voorziening te verhogen van 3,0% naar 3,8%. Dit leidt tot een negatief resultaat van nog eens € 12.849 en daardoor een negatief effect op de dekkingsgraad van 1%.
Dekkingsgraden
De beleidsdekkingsgraad is gebaseerd op het rekenkundig gemiddelde van de dekkingsgraden over de laatste 12 maanden. Hierbij wordt steeds gebruik gemaakt van de meest actuele inschatting van de betreffende dekkingsgraden.
De (actuele) dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt berekend door op balansdatum het balanstotaal minus de kortlopende schulden (inclusief negatieve derivatenpositie) te delen op de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.
Grondslagen voor waardering van activa en passiva
Beleggingen
Algemeen
De beleggingen worden gewaardeerd tegen reële waarde.
De beleggingen van het pensioenfonds worden gewaardeerd tegen de reële waarde per balansdatum. Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van het pensioenfonds kan gebruik worden gemaakt van genoteerde marktprijzen. Derivaten worden gewaardeerd door gebruik te maken van netto contante waarde berekeningen. Bepaalde instrumenten, zoals participaties in beleggingsfondsen worden gewaardeerd door gebruik te maken van de intrinsieke waarde. Het is gebruikelijk en mogelijk om de reële waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen.
Voor financiële instrumenten zoals beleggingsvorderingen en -schulden geldt dat de boekwaarde de reële waarde benadert als gevolg van het korte termijn karakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de reële waarde.
Vorderingen, schulden en liquide middelen uit beleggingen welke samenhangen met een specifieke beleggingscategorie worden als vorderingen dan wel schulden opgenomen in de betreffende beleggingscategorie.
Verwerking van waardeveranderingen van beleggingen
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen.
Vastgoedbeleggingen
Participaties in vastgoedfondsen die beleggen in vastgoed worden gewaardeerd tegen reële waarde per 31 december van het boekjaar welke is bepaald op basis van het aandeel in de nettovermogenswaarde van het vastgoedfonds.
De reële waarde van de Nederlandse vastgoedfondsen is bepaald middels gedurende het jaar uitgevoerde externe taxaties. Per kwartaal wordt een kwart van het aantal registergoederen op basis van "full valuation" getaxeerd door externe taxateurs, conform de richtlijnen ROZ/IPD. De beheerder bepaalt aan het begin van ieder jaar welke registergoederen in welk kwartaal worden getaxeerd. Dit dient een representatieve doorsnede te zijn van de gehele portefeuille. Het deel dat niet extern wordt getaxeerd zal door de externe taxateur een markttechnische update krijgen. De waarde wordt vastgesteld op basis van de externe taxatie welke eerder in het jaar is verricht en wordt opnieuw uitvoerig bekeken en herberekend met de laatste marktgegevens, verhuringen, leegstanden en andere object specifieke omstandigheden.
De reële waarde van de vastgoedfondsen die in internationaal vastgoed beleggen (AREA Funds) worden gewaardeerd op basis van de door de onderliggende vastgoedfondsen opgegeven beleggingswaarden van die fondsen, zoals deze op het moment van waardering aan de Beheerder ter beschikking staan. Overige vermogensbestanddelen van het pensioenfonds worden gewaardeerd volgens algemeen aanvaarde verslaggevingsgrondslagen. De internationale beleggingen zijn allemaal in een fund-to-fund structuur opgezet en afhankelijk van het onderliggende fonds wordt de taxatie 1x per kwartaal, 1x per jaar, of anders uitgevoerd. Hier is geen algemene afspraak over. Wel analyseert de vermogensbeheerder te allen tijde de waarde mutaties elk kwartaal en zal bij grote sprongen altijd navraag worden gedaan bij het betreffende onderliggende fonds.
Aandelen
Beursgenoteerde aandelen worden gewaardeerd tegen de officiële slotkoersen per balansdatum.
Participaties in niet-beursgenoteerde beleggingsfondsen die beleggen in aandelen worden gewaardeerd op het aandeel in de nettovermogenswaarde van het beleggingsfonds.
Vastrentende waarden
Beursgenoteerde obligaties waarbij sprake is van een actieve markt worden gewaardeerd tegen de officiële slotkoersen, verhoogd met de lopende rente.
Participaties in niet-beursgenoteerde beleggingsfondsen die beleggen in obligaties worden gewaardeerd op het aandeel in de nettovermogenswaarde van het beleggingsfonds.
Participaties in niet-beursgenoteerde beleggingsfondsen die beleggen in hypothecaire leningen worden gewaardeerd op reële waarde, hiervoor wordt nettovermogenswaarde gehanteerd zoals gepubliceerd door de fondsbeheerder.
Derivaten
De valutaderivaten en niet-beursgenoteerde derivaten worden gewaardeerd op basis van een model waarbij de variabelen uit actieve markten worden afgeleid of waarbij een of meerdere variabelen niet uit een actieve markt zijn af te leiden.
Creditposities in derivaten, voor zover niet voldaan aan salderingsvereisten, worden separaat verantwoord aan de passiva zijde van de balans.
Overige beleggingen
Infrastructuurfondsen
Participaties in niet-beursgenoteerde beleggingsfondsen die beleggen in infrastructuur worden gewaardeerd op het aandeel in de nettovermogenswaarde van het beleggingsfonds zoals gepubliceerd door de fondsbeheerder.
Securities lending
Het pensioenfonds neemt deel aan een securities-lendingprogramma, waarbij bepaalde effecten voor een korte periode worden uitgeleend aan andere marktpartijen. Beleggingen die in het kader van een securities-lendingcontract worden uitgeleend, blijven deel uitmaken van de balans en worden gewaardeerd conform de grondslag voor waardering en resultaatbepaling zoals die geldt voor deze beleggingen. Indien uit hoofde van een securities-lendingprogramma als zekerheid beleggingen zijn ontvangen worden deze beleggingen en de daarmee samenhangende verplichtingen niet in de balans van het pensioenfonds opgenomen. Alle uit het securities-lendingprogramma voortvloeiende baten en lasten worden volgens het toerekenbeginsel over de looptijd van de desbetreffende transacties verantwoord in de beleggingsresultaten in de staat van baten en lasten.
Vorderingen en overlopende activa
Vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden vorderingen gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten) onder aftrek van eventuele bijzondere waardeverminderingen, indien sprake is van oninbaarheid.
Liquide middelen
Liquide middelen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Onder de liquide middelen zijn opgenomen die kas- en banktegoeden die onmiddellijk opeisbaar zijn dan wel een looptijd korter dan twaalf maanden hebben. Zij worden onderscheiden van tegoeden in verband met beleggingstransacties. Liquide middelen uit hoofde van beleggingstransacties worden gepresenteerd onder de beleggingen.
Stichtingskapitaal en reserves
Stichtingskapitaal en reserves worden bepaald door het bedrag dat resteert nadat alle actiefposten en posten van het vreemd vermogen, inclusief de technische voorzieningen, volgens de van toepassing zijnde waarderingsgrondslagen in de balans zijn opgenomen.
Algemene reserve
Deze reserve is dat deel van het vermogen dat resteert nadat via de resultaatbestemming de vereiste reserves, de weerstandsreserve, op het gewenste niveau zijn gebracht.
Weerstandsreserve
De hoogte van de weerstandsreserve is minimaal gelijk aan nul en maximaal gelijk aan de grens die in het Financieel ToetsingsKader is gesteld voor het vereist vermogen.
Technische voorzieningen
Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds
De voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds wordt gewaardeerd op actuele waarde (marktwaarde). De actuele waarde wordt bepaald op basis van de contante waarde van de beste inschatting van toekomstige kasstromen die samenhangen met de op balansdatum onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen.
Onvoorwaardelijke pensioenverplichtingen zijn de opgebouwde nominale aanspraken en de onvoorwaardelijke (toezeggingen tot) toeslagen.
Voor de vaststelling van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds worden de opgebouwde pensioenaanspraken contant gemaakt op basis van de rentetermijnstructuur, zoals door De Nederlandsche Bank gepubliceerd per de datum van vaststelling.
Het verloop van de voorziening pensioenverplichtingen in 2023 is gebaseerd op grondslagen van ultimo 2022, met uitzondering van de volgende wijzigingen:
- Met ingang van 1 januari 2024 is het opbouwpercentage verhoogd van 1,60% naar 1,84%. Hierdoor wordt de toekomstige opbouw van arbeidsongeschikten ook hoger. Omdat arbeidsongeschikten zijn vrijgesteld van premiebetaling, wordt dit in de voorziening opgenomen.
- In december 2023 heeft het bestuur besloten de opslag voor toekomstige excassokosten op de voorziening te verhogen van 3,0% naar 3,8%.
Gelijk gebleven grondslagen:
- Voor de overlevingskansen van mannen en vrouwen wordt gebruik gemaakt van de gepubliceerde AG Prognosetafel AG2022 opgesteld door het Koninklijk Actuarieel Genootschap.
- Voor de correctiefactoren op de sterftekansen is gebruik gemaakt van de fondsspecifieke ervaringssterfte op basis van het Ervaringssterftemodel 2022 van Willis Tower Watson.
- De voorziening pensioenverplichtingen wordt berekend als de contante waarde van de op de balansdatum opgebouwde pensioenen inclusief de eventueel op 31 december toe te kennen verhoging in verband met toeslagverlening.
- Voor arbeidsongeschikte deelnemers wordt de voorziening pensioenverplichtingen voor het arbeidsongeschikte deel berekend als de contante waarde van de op de pensioendatum, of de AOW- datum als deze eerder is, in uitzicht gestelde pensioenen bij een tot die datum voorgezette pensioenopbouw.
- De leeftijd wordt in jaren en maanden nauwkeurig vastgesteld, waarbij is aangenomen dat deelnemers zijn geboren op de eerste dag van de geboortemaand.
- Voor niet gepensioneerde deelnemers is een leeftijdsverschil gehanteerd van 3,5 jaar, waarbij de man ouder is dan de vrouw.
- Vóór de pensioenleeftijd wordt het systeem van onbepaalde partner gehanteerd met daarbij horende partnerfrequenties. Op pensioenleeftijd is de partnerfrequentie 100% en wordt overgeschakeld naar het systeem van bepaalde partner.
- Voor latent wezenpensioen is de voorziening pensioenverplichtingen voor latent nabestaandenpensioen, ten behoeve van (huwelijks)partners van verzekerden jonger dan 67 jaar, verhoogd met 1,5%.
- Voor de wezen zijn geen sterftekansen in aanmerking genomen.
- Voor toekomstige uitvoeringskosten wordt 3,8% van de netto voorziening pensioenverplichtingen opgenomen in de stand ultimo 2023.
- Om rekening te houden met revalidatie wordt de voorziening pensioenverplichting voor de premievrije toekomstige opbouw bij arbeidsongeschiktheid verlaagd met 10%.
Overige schulden en overlopende passiva
Overige schulden en overlopende passiva worden bij eerste verwerking gewaardeerd op reële waarde. Na eerste verwerking worden schulden gewaardeerd op geamortiseerde kostprijs (gelijk aan de nominale waarde indien geen sprake is van transactiekosten).
Kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan één jaar.
Grondslagen voor bepaling van het resultaat
Algemeen
De in de staat van baten en lasten opgenomen posten zijn in belangrijke mate gerelateerd aan de in de balans gehanteerde waarderingsgrondslagen voor beleggingen en de voorziening pensioenverplichtingen. Zowel gerealiseerde als ongerealiseerde resultaten worden rechtstreeks verantwoord in het resultaat. Baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop deze betrekking hebben.
Premiebijdragen (van werkgevers en werknemers)
Onder premiebijdragen van werkgevers en werknemers wordt verstaan de aan derden in rekening gebrachte c.q. te brengen bedragen voor de in het verslagjaar verzekerde pensioenen onder aftrek van kortingen. Premies zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Beleggingsresultaten risico pensioenfonds
Indirecte beleggingsopbrengsten
Onder de indirecte beleggingsopbrengsten worden verstaan de gerealiseerde en ongerealiseerde waarde wijzigingen en valutaresultaten. In de jaarrekening wordt geen onderscheid gemaakt tussen gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen van beleggingen. Alle waardeveranderingen van beleggingen, inclusief valutakoersverschillen, worden als beleggingsopbrengsten in de staat van baten en lasten opgenomen. Aankoopkosten zijn verwerkt in de reële waarde van de beleggingen. Verkoopkosten worden verantwoord als onderdeel van de herwaarderingen.
Directe beleggingsopbrengsten
Onder de directe beleggingsopbrengsten wordt in dit verband verstaan rentebaten en -lasten, dividenden, huuropbrengsten en soortgelijke opbrengsten. Dividend wordt verantwoord op het moment van betaalbaarstelling.
Kosten vermogensbeheer
Onder kosten van vermogensbeheer worden zowel de externe als de daaraan toegerekende interne kosten verstaan.
Verrekening van kosten
Met de directe en indirecte beleggingsopbrengsten zijn verrekend de aan de opbrengsten gerelateerde transactiekosten, provisies, valutaverschillen e.d.
Pensioenuitkeringen
De pensioenuitkeringen betreffen de aan deelnemers uitgekeerde bedragen inclusief afkopen. De pensioenuitkeringen zijn berekend op actuariële grondslagen en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.
Pensioenuitvoeringskosten
De pensioenuitvoeringskosten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Mutatie voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds
Pensioenopbouw
Bij de pensioenopbouw zijn aanspraken en rechten over het boekjaar gewaardeerd naar het niveau dat zij op balansdatum hebben.
Indexering en overige toeslagen
Het pensioenfonds streeft ernaar de opgebouwde pensioenrechten van de actieve en niet actieve deelnemers per 31 december jaarlijks te verhogen op 1 januari met de stijging van het consumentenprijsindexcijfer alle bestedingen, afgeleid. De toeslagverlening heeft een voorwaardelijk karakter, die afhankelijk is van de financiële positie van het pensioenfonds. Dit betekent dat geen recht op toeslagen bestaat en dat het niet zeker is of en in hoeverre in de toekomst toeslagverlening kan plaatsvinden. Een eventuele achterstand in de toeslagverlening kan in principe worden ingehaald.
Rentetoevoeging
De voorziening pensioenverplichtingen is opgerent met 3,264% (2022: -0,486%), op basis van de éénjaarsrente van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur aan het einde van het voorgaande verslagjaar.
Onttrekking voor pensioenuitkeringen en pensioenuitvoeringskosten
Vooraf wordt een actuariële berekening gemaakt van de toekomstige pensioenuitvoeringskosten (met name excassokosten) en pensioenuitkeringen die in de voorziening pensioenverplichtingen worden opgenomen. Deze post betreft de vrijval ten behoeve van de financiering van de kosten en uitkeringen van het verslagjaar.
Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de marktwaarde van de technische voorzieningen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder het hoofd wijziging marktrente.
Wijzigingen actuariële uitgangspunten
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien ten behoeve van de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen ten aanzien van sterfte, langleven, arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van het pensioenfonds.
De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening voor pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het pensioenfonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.
Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten
Een resultaat op overdrachten kan ontstaan doordat de vrijval van de voorziening plaatsvindt tegen fondstarieven, terwijl het bedrag dat wordt overgedragen gebaseerd is op de wettelijke factoren voor waardeoverdrachten. De tarieven van het pensioenfonds wijken af van de wettelijke tarieven.
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen
De overige mutaties ontstaan onder andere door mutaties in de aanspraken door overlijden, arbeidsongeschiktheid en pensioneren.
Saldo overdrachten van rechten
De post saldo overdrachten van rechten bevat het saldo van bedragen uit hoofde van overgenomen dan wel overgedragen pensioenverplichtingen.
Overige baten
Overige baten zijn toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben.
Kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is volgens de directe methode opgesteld. Alle ontvangsten en uitgaven worden hierbij als zodanig gepresenteerd. Onderscheid wordt gemaakt tussen kasstromen uit pensioenactiviteiten en beleggingsactiviteiten.