Spring naar inhoud

Bijlagen

12.1 Deelnemersbestand

  Stand ultimo 2024 Bij Af Stand ultimo 2025
Actieven 29.095 8.584 5.399 32.280
Slapers 32.941 6.065 5.181 33.825
Pensioengerechtigden 6.803 1.007 243 7.567
Waarvan:        
(tijdelijk) Ouderdomspensioen 5.132 795 174 5.753
Arbeidsongeschiktheidspensioen 0 0 0 0
Partnerpensioen 1.550 180 45 1.685
Wezenpensioen 121 32 24 129
         
Totaal 68.839 15.656 10.823 73.672

12.2 Begrippenlijst

Abtn
Actuariële en bedrijfstechnische nota, hierin wordt de organisatorische en integrale financiële opzet van het pensioenfonds en de actuariële grondslagen waarop deze berust, gemotiveerd omschreven.

Actuariële grondslagen
De berekeningsgrondslagen waarop de premie en het liquidatievermogen van het pensioenfonds zijn gebaseerd: onder meer de rekenrente, overlevingskansen, arbeidsongeschiktheidskansen, loongroeivoet en kosten.

Actuariële analyse
In deze analyse wordt de invloed verklaard van opgetreden verschillen tussen de actuariële grondslagen en werkelijke ontwikkelingen.

AFM
Autoriteit Financiële Markten.

Allocatie
Verdeling belegd vermogen voor diverse beleggingscategorieën.

Asset Liability Management (ALM)
Het in kaart brengen van de onderlinge samenhang van pensioenverplichtingen, premiebeleid en beleggingsportefeuille. Met behulp van ALM-simulatiemodellen worden beelden geschetst van de kansen en bedreigingen voor het pensioenfonds in diverse economische scenario's.

Beleggingsmix
De verdeling van beleggingen over verschillende beleggingscategorieën, bijvoorbeeld: aandelen, onroerend goed en vastrentende waarden mogelijk met een nadere onderverdeling naar subcategorieën.

Beleggingsbeleid
Een pensioenfonds is verplicht om op prudente wijze in het belang van alle betrokkenen te beleggen. Het beleggingsbeleid van een pensioenfonds zoekt een balans tussen enerzijds het uitsluiten van beleggingsrisico's en anderzijds het behalen van een zo hoog mogelijk rendement. Bovendien moet de afstemming van beleggingen op de verplichtingen juist zijn: het pensioenfonds moet op het juiste moment aan haar verplichtingen kunnen voldoen. Om optimaal aan deze uitgangspunten te voldoen is een juiste samenstelling van de beleggingsmix noodzakelijk, die met behulp van een ALM-studie kan worden vastgesteld. In het Beleggingsbeleid wordt omschreven op welke manier het pensioenfonds hieraan invulling geeft.

Beleggingsfondsen
Een beleggingsfonds is een collectieve belegging in diverse effecten, afhankelijk van de doelstelling van het pensioenfonds. Het opgebouwde kapitaal wordt beheerd door specialisten. Dit gebeurt op basis van een overeengekomen beleggingsbeleid.

Beleidsdekkingsgraad
Het voortschrijdende gemiddelde van de actuele maanddekkingsgraden over de afgelopen twaalf maanden. De beleidsdekkingsgraad is bepalend voor:

  • het moment dat het pensioenfonds in een tekortsituatie komt, dan wel uit een tekortsituatie komt;
  • de evaluatie van een eventueel herstelplan;
  • het doorvoeren van eventuele kortingen;
  • de indexaties.

Benchmark (index)
Vergelijkingsmaatstaf. Vooraf vastgestelde, objectieve maatstaf voor de prestatie van een beleggingsportefeuille of beleggingsfonds.

Contante waarde aanspraken/verplichtingen
Het bedrag dat op een bepaald moment nodig is om in de toekomst de betalingen van de toegezegde uitkering te kunnen doen. Hierbij is rekening gehouden met renteontwikkeling en de actuariële grondslagen.

Corporate Governance
Corporate governance is een term voor de wijze waarop ondernemingen worden bestuurd en de wijze waarop toezicht wordt gehouden op dat bestuur. Voor pensioenfondsen geldt de Code pensioenfondsen. Deze is opgesteld door de Pensioenfederatie en de Stichting van de Arbeid, die hiermee normen formuleren voor “goed pensioenfondsbestuur”. De Code staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van het volledige stelsel van bestaande wet- en regelgeving.

Custodian
Custodian is de financiële instelling die de effecten bewaart en administreert.

Dekkingsgraad
De verhouding op een bepaald moment tussen enerzijds de waarde van de beleggingen en anderzijds de contante waarde van de pensioenverplichtingen.

Dekkingstekort
Situatie dat de aanwezige middelen van het pensioenfonds niet langer toereikend zijn om de voorzienig pensioenverplichtingen en het minimaal vereist eigen vermogen te dekken. Hiervan is sprake zodra de beleidsdekkingsgraad onder de dekkingsgraad behorende bij het minimaal vereist vermogen uitkomt.

Derivaten
Afgeleide financiële instrumenten, dat wil zeggen financiële contracten, waarvan de waarde wordt afgeleid van een onderliggende waarde (bijvoorbeeld een aandeel), een referentieprijs of een index (bijvoorbeeld de AEX-index). De hoofdvormen van derivaten zijn opties, termijncontracten en forward contracten.

DNB
De Nederlandsche Bank.

Duration
Maatstaf voor rentegevoeligheid van obligaties. Hoe langer de resterende looptijd, des te sterker obligatiekoersen reageren op een renteverandering en hoe hoger de duration.

Ervaringssterfte
Omdat aangenomen wordt dat de werkende bevolking gezonder is dan de niet werkende bevolking wordt op basis van ervaringscijfers op de sterftekansen zoals ontleend aan de prognosetafel een leeftijdsafhankelijke afslag toegepast. Door rekening te houden met deze ervaringssterfte hoeven geen leeftijdscorrecties te worden toegepast.

Fed
De Federal Reserve System of Federal Reserve of informeel ook wel The Fed is de federale, centrale bank van de Verenigde Staten van Amerika, vergelijkbaar met de Europese Centrale Bank.

Franchise
Het deel van het salaris waarover geen pensioenopbouw plaatsvindt.

FTK
Financieel toetsingskader, hoofdstuk 6 van de Pensioenwet, geldend vanaf 1 januari 2015.

Grondstoffen
Beleggen in grondstoffen is het direct investeren in grondstoffen of indirect via bijvoorbeeld termijncontracten, waarbij de waarde is gebaseerd op grondstoffen. Verhandelde termijncontracten zijn onder andere energie, metalen en landbouwproducten.

Haalbaarheidstoets
Dit is een toets waarmee het pensioenfonds laat zien in hoeverre naar verwachting de ambities worden waargemaakt. Het pensioenfonds voert deze toets jaarlijks uit danwel bij een wijziging van de regeling.

Haircut
Een percentage dat wordt afgetrokken van de (markt) waarde of van de nominale waarde van posities die als onderpand worden gebruikt, waardoor de gehanteerde waarde voor die posities wordt afgewaardeerd. De haircut wordt vastgesteld op basis van het risico: hoe lager de risico-inschatting, des te lager het haircut-percentage (en hoe hoger de onderpandswaarde).

High Yield (obligaties)
Hoogrenderende obligaties, uitgegeven door ondernemingen met een lagere kredietwaardigheid.

Kostendekkende premie
De premie die nodig is om de onvoorwaardelijk en voorwaardelijke onderdelen van de pensioenovereenkomst in dat jaar en voor de langere termijn na te komen.

Liquide middelen
Alle geldmiddelen waarover een bedrijf op korte termijn kan beschikken.

Marktwaarde
Waarde van een beleggingsobject als het op dit moment zou worden verkocht.

Monitoring
Monitoring is het continue proces van overzicht van de consequente en juiste werking van de controlemaatregelen. Deze monitoring kan door het pensioenfonds zelf gebeuren of uitbesteed worden aan een onafhankelijk orgaan (bijvoorbeeld audit). Monitoring maakt integraal deel uit van het controlesysteem van het pensioenfonds.

Normportefeuille
Dit is de fictieve beleggingsportefeuille die jaarlijks door het pensioenfonds wordt vastgesteld en waarmee de feitelijke beleggingsperformance wordt vergeleken.

Obligaties / staatsobligaties
Een schuldbewijs van een lening die door een overheidsinstelling, een onderneming of een instelling is aangegaan. Als een bedrijf geld nodig heeft kan het door het uitgeven van een obligatielening aan de benodigde financiering komen. De koper van de obligatie ontvangt van de uitgever een rentevergoeding.

Onroerend goed
Men kan direct en indirect beleggen in onroerend goed. Direct beleggen kan men door specifieke woningen of winkels aan te kopen. Indirect kan men investeren middels participaties in beleggingsfondsen aan te kopen die beleggen in onroerend goed.

Outperformance
Het verschil (positief of negatief) tussen het behaalde rendement en het rendement van de betrokken benchmark. Dit verschil geeft aan hoeveel waarde is toegevoegd door middel van beleggingsbeleid.

Pensioenfederatie
Koepelorganisatie die als doel heeft de gemeenschappelijke belangen van de bij haar aangesloten pensioenfondsen te behartigen.

Pensioengrondslag
Het gedeelte van het loon dat de grondslag vormt voor de pensioenopbouw en premiebetaling.

Pensioenovereenkomst
Hetgeen tussen cao-partijen is overeengekomen met betrekking tot pensioen zoals kan blijken uit bijvoorbeeld een cao, een protocol of het pensioenreglement inzake de verplichte deelneming in het pensioenfonds. 

Pensioenreglement
Het pensioenreglement is een samenstel van regels, waarin de pensioenregeling is beschreven. Het bevat de rechten en verplichtingen van het pensioenfonds, de deelnemers, de gewezen deelnemers en de pensioengerechtigden.

Pensioenvermogen
Het totale vermogen van het pensioenfonds.

Pensioenwet
De wettelijke regels betreffende pensioenen; voor het laatst bijgesteld per 1 januari 2015.

Pensioen 1-2-3
Pensioen 1-2-3 biedt de deelnemer gelaagde informatie over zijn pensioenregeling. Pensioen 1-2-3 is bestemd voor nieuwe en bestaande deelnemers. De deelnemer bepaalt zelf hoe gedetailleerd hij de informatie tot zich neemt: op hoofdlijnen (laag 1), met toelichting op de hoofdlijnen (laag 2) of gedetailleerd (laag 3). 

  • Laag 1: De pensioenregeling ‘in 5 minuten’. In deze eerste laag worden alle belangrijke onderdelen genoemd.
  • Laag 2: De pensioenregeling ‘in 30 minuten’. Deze tweede laag gaat dieper in op alle informatie uit laag 1;
  • Laag 3: De pensioenregeling ‘in detail’. Deze derde laag bevat documenten, zoals het pensioenreglement, het jaarverslag en de statuten.

Performance
De performance van (een deel van) het vermogen is het totale rendement op marktwaarde. Deze performance wordt normaliter vergeleken met de performance van de benchmark(index). Door middel van een zogenoemde performance attributie-analyse wordt het verschil tussen deze beiden op een kwantitatieve wijze verklaard.

Rating
De rating van een belegging of een onderneming geeft het kredietrisico of debiteurenrisico van deze belegging of onderneming weer. De ratings worden vastgesteld door gespecialiseerde bureaus en kennen verschillende indelingen.

Rekenrente
Het rendementspercentage dat wordt verondersteld dat het belegde vermogen in de toekomst opbrengt.

Renterisico
Het risico dat het pensioenfonds loopt door een verschil in de rentegevoeligheid (duration) van de beleggingen en de rentegevoeligheid van de verplichtingen.

Reservetekort
Situatie dat de aanwezige middelen van het pensioenfonds niet langer toereikend zijn om de voorzienig pensioenverplichtingen en het vereist eigen vermogen te dekken. Hiervan is sprake zodra de beleidsdekkingsgraad onder de dekkingsgraad behorende bij het vereist vermogen uitkomt.

Securities Lending
Securities lending is het proces waarbij effecten worden uitgeleend tegen een vergoeding. Daarbij is onderpand van toepassing om het tegenpartijrisico te mitigeren.

Solvabiliteit
Het benodigde vermogen van het pensioenfonds om op langere termijn aan haar verplichtingen te kunnen voldoen.

Solvabiliteitsopslag
Is de opslag voor de opbouw en instandhouding van de vereiste solvabiliteit.

Sterftegrondslag
Berekeningsmethode gebaseerd op een statisch overzicht van sterftekansen per leeftijd van een bepaalde groep personen.

Strategische beleggingsmix
De lange termijn verdeling van het belegd vermogen over de verschillende beleggingscategorieën (aandelen, vastrentende waarden, onroerend goed). Deze verdeling wordt gebaseerd op een ALM-studie.

Swap
Een derivaat waarbij een partij een bepaalde kasstroom of risico wisselt tegen dat van een andere partij. Het pensioenfonds maakt gebruik van renteswaps waarbij korte en lange rentes worden uitgewisseld.

Toekomstbestendige toeslagverlening
Van toekomstbestendige toeslagverlening is sprake indien redelijkerwijs mag worden verondersteld dat deze toeslag ook in de daaropvolgende jaren kan worden verleend.

Toeslag pensioen
Verhoging van een pensioen of van een aanspraak op pensioen, die op voorwaarden wordt verleend.

Toeslagambitie
Hoogte van de toeslag die op de lange termijn wordt nagestreefd.

Uitvoeringsreglement
De overeenkomst over de uitvoering van de pensioenovereenkomst tussen het pensioenfonds en de aangesloten werkgevers.

Ultimate Forward Rate (UFR)
Pensioenfondsen zijn verplicht om bij de berekening van hun financiële verplichtingen gebruik te maken van de door toezichthouder DNB vastgestelde rentetermijnstructuur, die is afgeleid van de rentes voor verschillende looptijden in de markt. Omdat voor lange looptijden niet altijd voldoende marktinformatie beschikbaar is, wordt gebruik gemaakt van de zogeheten ultimate forward rate (UFR) methode. Kenmerkend voor toepassing van de UFR-methode op de rekenrente is dat de rente voor de waardering van pensioenverplichtingen op zeer lange termijn tendeert naar het niveau van de UFR. De richting voor de rente voor lange looptijden wordt bepaald op basis van een voortschrijdend 120-maandsgemiddelde van de 20-jaarsforward rentes.

Vastrentende waarden
Verzamelnaam voor beleggingen waarop in beginsel een vaste rentevergoeding en een vaste looptijd geldt. Voorbeelden van vastrentende waarden zijn obligaties, onderhandse leningen en hypotheken.

Vermogensbeheerder
Een professionele beheerder van vermogens voor organisaties (zoals pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen enzovoorts) en/of vermogende particulieren. Vermogensbeheerders zijn vaak onderdeel van een bank, dan wel financiële instelling, maar kunnen ook een onafhankelijke organisatie zijn. In Nederland kunnen vermogensbeheerders zich onder bepaalde voorwaarden laten registreren bij Autoriteit Financiële Markten.

Vereist eigen vermogen
Het vereist eigen vermogen wordt zodanig vastgesteld dat het pensioenfonds met een wettelijke zekerheidsmaat van 97,5% voorkomt dat binnen een jaar over minder waarden / vermogen beschikt dan de hoogte van de technische voorzieningen.

Waardeoverdracht
Het naar een andere pensioenregeling overdragen van de waarde van een tot dat moment opgebouwde pensioenaanspraak, in het geval de deelnemer verandert van werkgever.

WIA
Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, in werking getreden per 1 januari 2006 als opvolger van de Wet op de Arbeidsongeschiktheid (WAO).

Z-score
Gestandaardiseerde jaarlijkse meting van de beleggingsresultaten van verplicht gestelde bedrijfstakpensioenfondsen. Gemeten wordt de mate waarin het werkelijke rendement van een pensioenfonds afwijkt van het rendement van de door het bestuur vastgestelde normportefeuille.

12.3 Overzicht nevenfuncties bestuursleden

Naam Nevenfunctie
E.M.C. Eelens  
Bedrijfstakpensioenfonds Schilders Bestuurslid (tot 31-10-2025)
Pensioenfonds Architectenbureaus Bestuurslid
Pensioenfonds Robeco Lid raad van toezicht
Muse Advisory (UK) Senior Associate
PMT Lid RvT (vanaf 1-11-2025)
   
R. de Vries  
Pensioenfonds Horeca & Catering Bestuurslid
Erithakos (management) BV Zelfstandig ondernemer in arbeidsverhoudingen, arbeidsvoorwaarden en pensioen o.a. voor de Nederlandse Veiligheidsbranche
Aevia BV Mede-eigenaar/DGA (33,33%)
Stichting Orsima Roulerend voorzitter/vice voorzitter
Stichting Vrijwillig Vervroegd Uittreden voor de Contractcateringbranche II Roulerend voorzitter/vice voorzitter
Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging Bestuurslid (penningmeester)
   
P. Priester  
Stichting Pensioenfonds Robeco Voorzitter raad van toezicht
Oak Pensioenfonds Uitvoerend bestuurslid Risk en Pensioen & Communicatie
Pensioenfonds Thales Lid raad van toezicht
Pensioenfonds MITT Lid bezwarencommissie
Bedrijfstakpensioenfonds Levensmiddelen Lid raad van toezicht
   
L. van Gelder  
G4S Manager processes & rewards
   
E. Schuring  
Stichting Tot Heil des Volks Directeur Bedrijfsvoering – Lid Raad van Bestuur (van alle 9 stichtingen behorende tot de THDV-groep)
Stichting Vrienden van Spectrum Voorzitter Bestuur
3xM Lid Raad van Toezicht en voorzitter Audit commissie
   
D. Schut  
Pensioenfonds KLM Cabinepersoneel Uitvoerend bestuurder
Pensioenfonds APF (AkzoNobel en Nouryon) Bestuurslid
   
E.A. Simons  
BPF Detailhandel Bestuurslid
BPF Schoonmaak Niet-uitvoerend bestuurslid (tot 15-5-2025)
Pensioenfonds APF (Akzo Pensioenfonds) Bestuurslid (vanaf 1-3-2025)
   
M.W. van Rossem  
Pensioenfederatie Adviseur Europese zaken
D66 België & Luxemburg Algemeen bestuurslid
   
U. Kock  
RvC de Meerlanden Voorzitter
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) Lid Raad van Toezicht
Nederlands Instituut voor Meerpartijen Democratie Lid Raad van Toezicht
Rabobank Amsterdam Voorzitter RvC (vanaf 1-10-2025)
De Fundatie Van den Santheuvel, Sobbe Penningmeester
Tilia B.V., Amsterdam Directeur-eigenaar

12.4 Annex IV SFDR

SFDR

Bijlage

Template periodieke informatieverschaffing voor de financiële producten, bedoeld in artikel 8, leden 1, 2 en 2 bis, van Verordening (EU) 2019/2088 en artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) 2020/852

Productnaam: Middelloonregeling op basis van ‘collective defined contribution’                                                                                
Identificatiecode voor juridische entiteiten (LEI): 549300DUQPVCDBMVGR28

Ecologische en/of sociale kenmerken (E/S-kenmerken)

Heeft dit financiële product een duurzame beleggingsdoelstelling?

Ja

Er zijn duurzame beleggingen met een milieudoelstelling gedaan: ___%

in economische activiteiten die als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU-taxonomie

in economische activiteiten die niet als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU-taxonomie

Er zijn duurzame investeringen met een sociale doelstelling gedaan: ___%

Nee

Het product promootte ecologische/sociale (E/S) kenmerken en hoewel het geen duurzame beleggingen als doelstelling had, had het een minimumaandeel duurzame beleggingen van: ___%

met een milieudoelstelling in economische activiteiten die als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU- taxonomie

met een milieudoelstelling in economische activiteiten die niet als ecologisch duurzaam zijn aangemerkt in de EU-taxonomie

met een sociale doelstelling

Het product promootte E/S-kenmerken, maar deed geen duurzame beleggingen

Duurzame belegging: een belegging in een economische activiteit die bijdraagt aan het behalen van een ecologische of een sociale doelstelling, mits deze belegging geen ernstige afbreuk doet aan ecologische of sociale doelstellingen en de ondernemingen waarin is belegd, praktijken op het gebied van goed bestuur toepassen.

De EU-taxonomie is een classificatiesysteem dat is vastgelegd in Verordening (EU) 2020/852. Het gaat om een lijst van ecologisch duurzame economische activiteiten. Die verordening bevat geen lijst van sociaal duurzame economische activiteiten. Duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling kunnen wel of niet op de taxonomie zijn afgestemd.

In hoeverre is voldaan aan de ecologische en/of sociale kenmerken die dit financiële product promoot?

Pensioenfonds Particuliere Beveiliging (hierna het Pensioenfonds) heeft in 2025 de volgende ecologische en sociale kenmerken gepromoot:

  • Bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering: Het Pensioenfonds heeft zich met name gericht op het integreren van klimaatdoelstellingen via liquide beleggingen. De passieve beleggingen in wereldwijde aandelen en euro-bedrijfsobligaties hadden als doel bij te dragen aan het verminderen van de broeikasgasuitstoot in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs. Bij de samenstelling van deze portefeuilles is expliciet rekening gehouden met het vereiste decarbonisatiepad om de mondiale temperatuurstijging te beperken tot maximaal 1,5 graden Celsius.
  • Voorkomen van negatieve impact op vrede en veiligheid in de wereld: Het Pensioenfonds was aangesloten bij internationale verdragen en voldeed aan wet- en regelgeving die beoogde de negatieve gevolgen voor de wereld te beperken. Zo heeft het Pensioenfonds niet belegd in bedrijven die betrokken zijn bij controversiële wapens. Hieronder vallen ABC-wapens (atomair, biologisch en chemisch), wapens met verarmd uranium, verblindende wapens, niet-traceerbare wapens, ontvlammende wapens, cluster-munitie en landmijnen. Daarnaast heeft het Pensioenfonds de sanctielijsten van de Europese Unie (EU) en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) gevolgd. Landen waarvan de centrale overheid is onderworpen aan een sanctie van de EU of van de VN-Veiligheidsraad zijn hierdoor ook uitgesloten.
  • Meenemen van de brede impact die beleggingen hebben op mens en milieu en hoe bedrijven omgaan met goed bestuur: De beleggingen van het Pensioenfonds werden beheerd door externe vermogensbeheerders, aan wie het Pensioenfonds heldere duurzaamheidscriteria heeft opgelegd, zowel op het niveau van de vermogensbeheerders zelf als voor de specifieke beleggingsstrategieën die werden uitgevoerd. Alle vermogensbeheerders waarmee het Pensioenfonds samenwerkt zijn verplicht de Principles for Responsible Investment (UN PRI) te ondertekenen. Bij (semi-)actieve beleggingsstrategieën verwacht het Pensioenfonds dat portefeuillebeheerders ESG-risico’s integraal meenemen in de beleggingsbeslissingen. Daarbij is goed ondernemingsbestuur een belangrijk aandachtspunt, onder andere door ESG-due-diligence toe te passen conform de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Daarnaast werden landen uitgesloten op basis van minimale E-, S- en G-scores, bijvoorbeeld wanneer zij structureel tekortschieten op het gebied van milieu, mensenrechten of goed bestuur. Op deze wijze stuurt het Pensioenfonds actief aan op het vermijden van ongunstige effecten van de beleggingen van het Pensioenfonds.
  • Geen structurele schade aan de gezondheid: Roken brengt structurele schade toe aan de gezondheid. Daarom heeft het Pensioenfonds beleggingen uitgesloten in alle schakels van de productieketen die betrokken zijn bij tabak. Daarnaast werden ook leveranciers van grondstoffen en essentiële componenten voor tabaksproducten uitgesloten indien ten minste 5% van hun omzet afkomstig is uit deze activiteiten. Voor distributeurs, licentiehouders en verkopers van tabaksproducten gold een uitsluitingsdrempel van 10% van de omzet.
  • Stimuleren van goed gedrag en verminderen van negatieve impact: Het Pensioenfonds heeft de voorkeur om de dialoog aan te gaan met bedrijven in plaats van bedrijven uit te sluiten wanneer er sprake is van een negatieve impact op mens, milieu en goed bestuur. Hiervoor is het Pensioenfonds de dialoog aangegaan met bedrijven (engagement). Naast het verminderen van negatieve impact is engagement ook ingezet om positief gedrag te stimuleren. Het Pensioenfonds is hierin bijgestaan door de fiduciair adviseur. Als onderdeel van de dialoog is ook gebruikgemaakt van het stemrecht in de aandelenportefeuille.

Het Pensioenfonds heeft in 2025 hiermee voldaan aan de ecologische en sociale kenmerken die het promoot.

Hoe hebben de duurzaamheidsindicatoren gepresteerd?

Duurzaamheidsindicatoren meten hoe de ecologische of sociale kenmerken die het financiële product promoot, worden verwezenlijkt.

Indicator Uitkomst Toepassingsbeleid
Mandaten Fondsen
Beleggingen in uitgesloten ondernemingen en landen (alleen mandaten) 0 beleggingen 1 1
Beleggingen in bedrijven die UN Global Compact schenden (alleen mandaten) 0 beleggingen 1 1
Beleggingen in bedrijven met betrokkenheid bij tabak 0 beleggingen 1 1
Beleggingen in bedrijven met betrokkenheid bij controversiële wapens 0 beleggingen 1 1
Aandeel ondernemingen in portefeuille waarmee engagement werd gevoerd 325 ondernemingen 1 1
Aantal engagement-mijlpalen die met ondernemingen zijn behaald 103 engagement-mijlpalen 1 1
Broeikasgasintensiteit (scope 1 en 2 tCO2e per miljoen euro omzet) versus benchmark Aandelen ontwikkelde markten 51,86 (BM = 91,1) 1 1
Aandelen opkomende markten 129,63 (BM = 274,73) 1 1
Bedrijfsobligaties 81,84 (BM = 91,1) 1 1
Hoogrentende portefeuille 117,57 (BM = 302,1) 1 1
Gemiddelde ESG-score versus benchmark Aandelen ontwikkelde markten 6,83 (BM = 6,68) 1 1
Aandelen opkomende markten 7,5 (BM = 6,45) 1 1
Bedrijfsobligaties 7,49 (BM = 6,68) 1 1
Hoogrentende portefeuille 6,23 (BM = 5,49) 1 1
GRESB-score Vastgoedfondsen 90 1 1
Alle onderliggende vermogensbeheerders PRI-ondertekenaar Ja 1 1

... en in vergelijking tot voorafgaande perioden?

De meeste indicatoren hebben zich gedurende de verslagperiode ontwikkeld conform verwachting. Het aantal engagements lag substantieel hoger dan gedurende de vorige rapportageperiode. Dit komt doordat in deze rapportageperiode ook engagements met betrekking tot governance zijn meegeteld, en niet uitsluitend engagements die betrekking hadden op ecologische en sociale onderwerpen.

Daarnaast zijn de indicatoren voor broeikasgasintensiteit substantieel gedaald. Dit is enerzijds het gevolg van een wijziging in de databronnen die door de fiduciair adviseur worden gebruikt voor de berekening van deze indicatoren. Anderzijds hangt dit samen met de beperkte kwaliteit en beschikbaarheid van de onderliggende data. Door deze beperkingen in de datakwaliteit en -dekking kunnen de gerapporteerde uitkomsten door de tijd heen variëren. Eventuele veranderingen in deze indicatoren dienen daarom met de nodige voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd. De relatieve verhouding met de benchmark is het belangrijkst en daarop scoort het Pensioenfonds conform verwachting. Ditzelfde geldt voor de ESG-score.

Indicator 2025 2024 Toepassingsbeleid
    Mandaten Fondsen
Beleggingen in uitgesloten ondernemingen en landen (alleen mandaten) 0 beleggingen 0 beleggingen 1 1
Beleggingen in bedrijven die UN Global Compact schenden (alleen mandaten) 0 beleggingen 3 beleggingen (2 ondernemingen) 1 1
Beleggingen in bedrijven met betrokkenheid bij tabak 0 beleggingen 2 beleggingen (2 beleggingen) 1 1
Beleggingen in bedrijven met betrokkenheid bij controversiële wapens 0 beleggingen 2 beleggingen (2 ondernemingen) 1 1
Aandeel ondernemingen in portefeuille waarmee engagement werd gevoerd 325 ondernemingen 349 ondernemingen 1 1
Aantal engagement-mijlpalen die met ondernemingen zijn behaald 103 engagement-mijlpalen 109 engagement-mijlpalen 1 1
Broeikasgasintensiteit (scope 1 en 2 tCO2e per miljoen euro omzet) versus benchmark Aandelen ontwikkelde markten 51,86 (BM = 91,1) 60,01 (BM = 91,75) 1 1
Aandelen opkomende markten 129,63 (BM = 274,73) 155, 19 (BM = 311, 21) 1 1
Bedrijfs-obligaties 81,84 (BM = 91,1) 91,46 (BM = 90,63) 1 1
Hoogrentende portefeuille 117,57 (BM = 302,1) 235,44 (BM = 311,21) 1 1
Gemiddelde ESG-score versus benchmark Aandelen ontwikkelde markten 6,83 (BM = 6,68) 5,55 (BM = 5,49) 1 1
Aandelen opkomende markten 7,5 (BM = 6,45) 5,67 (BM = 5,13) 1 1
Bedrijfs-obligaties 7,49 (BM = 6,68) 5,86 (BM = 5,78) 1 1
Hoogrentende portefeuille 6,23 (BM = 5,49) 5,09 (BM = 5,04) 1 1
GRESB-score Vastgoed-fondsen 90 90 1 1
Alle onderliggende vermogensbeheerders PRI-ondertekenaar Ja Ja 1 1

In de EU-taxonomie is het beginsel "geen ernstige afbreuk doen" vastgesteld, dat inhoudt dat op de taxonomie afgestemde beleggingen geen ernstige afbreuk mogen doen aan de doelstellingen van de EU-taxonomie en dat vergezeld gaat van specifieke EU-criteria.

Het beginsel "geen ernstige afbreuk doen" is alleen van toepassing op de onderliggende van het financiële product die rekening houden met de EU-criteria voor ecologisch duurzame economische activiteiten. De onderliggende beleggingen van het resterende deel van dit financiële product houden geen rekening met de EU-criteria voor ecologisch duurzame economische activiteiten.

Andere duurzame beleggingen mogen ook geen ernstige afbreuk doen aan milieu- of sociale doelstellingen.

Hoe is in dit financiële product rekening gehouden met de belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren?

De belangrijkste ongunstige effecten zijn de belangrijkste negatieve effecten van beleggingsbeslissingen op duurzaamheidsfactoren die verband houden met ecologische en sociale thema’s en arbeidsomstandigheden, eerbiediging van de mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping.

Het Pensioenfonds heeft rekening gehouden met de belangrijkste ongunstige effecten op duurzaamheidsfactoren.  Specifiek is rekening gehouden met de volgende effecten:

  • Negatieve impact op het klimaat
    • Broeikasgasemissies, sturing via ESG-integratie en uitsluiting bij beleggingen in beursgenoteerde aandelen en bedrijfsobligaties.
    • Ontbreken van initiatieven voor koolstofemissiereductie, sturing via ESG-integratie en uitsluiting.
  • Negatieve impact op sociale thema’s
    • Schendingen van beginselen van het UN Global Compact of van de OESO-richtlijnen of ontbreken van beleid voor naleving hiervan, sturing via uitsluiting en engagement.
    • Blootstelling aan controversiële wapens, sturing via uitsluiting.
    • Landen die sociale rechten schenden, sturing via uitsluiting.
    • Ontbreken van mensenrechtenbeleid, sturing via ESG-integratie

Een gedetailleerde toelichting op de ongunstige effecten is verstrekt in de specifieke PAI verklaring die op de website van het Pensioenfonds is gepubliceerd.

Wat waren de grootste beleggingen van dit financiële product?

De lijst bevat de beleggingen die het grootste aandeel beleggingen van het financiële product vormen tijdens de referentieperiode, te weten 2023.

Grootste beleggingen Sector % activa Land
PGGM Private Real Estate Fund Vastgoed 7,28% Nederland
Achmea Particuliere Hypotheken Investment Hypotheken 6,68% Nederland
PGGM Infrastructure Fund Infrastructuur 5,44% Nederland
Nvidia Corp. Technologie 2,89% Verenigde Staten
Apple Inc. Technologie 1,69% Verenigde Staten
Microsoft Corp. Technologie 1,43% Verenigde Staten
Amazon.com Inc. Consumptiegoederen discretionair 0,94% Verenigde Staten
Taiwan Semiconductor Manufacturing Technologie 0,83% Taiwan
Duitse staatsobligaties Gov 1.8 15aug53 Overheid 0,81% Duitsland
Duitse staatsobligaties Gov 4.0 04jan37 Overheid 0,80% Duitsland
Duitse staatsobligaties Gov 2.5 15aug46 Overheid 0,80% Duitsland
Duitse staatsobligaties Gov 2.5 04jul44 Overheid 0,78% Duitsland
Alphabet Inc Class A Communicatie 0,74% Verenigde Staten
Duitse staatsobligaties Gov 4.75 04jul40 Overheid 0,70% Duitsland
Duitse staatsobligaties Gov 1.25 15aug48 Overheid 0,68% Duitsland

Wat was het aandeel duurzaamheidsgerelateerde beleggingen?

Hoe zag de activa-allocatie eruit?

De activa-allocatie beschrijft het aandeel beleggingen in bepaalde activa.

#1 Afgestemd op E/S kenmerken omvat de beleggingen van het financiële product die worden gebruikt om te voldoen aan de ecologische of sociale kenmerken die het financiële product promoot.

#2 Overige omvat de overige kenmerken van het financiële product die niet zijn afgestemd op de ecologische en sociale kenmerken en evenmin als duurzame belegging gelden.

De categorie #1 Afgestemd op E/S-kernmerken omvat:

  • The subcategorie #1A Duurzaam omvat duurzame beleggingen met ecologische of sociale doelstellingen.
  • The subcategorie #1B Overige E/S kenmerken omvat beleggingen die op de ecologische of sociale kenmerken zijn afgestemd maar niet als duurzame belegging gelden.

In welke economische sectoren werd belegd?

Het product belegde volledig in beleggingsportefeuilles. Deze beleggingsportefeuilles belegden per eind 2025 gezamenlijk in de volgende economische sectoren:

Sector Aandeel*
Overig 29,08%
Overheid 17,42%
Financiële sector 14,54%
Technologie 9,23%
Industrie 5,91%
Consumptiegoederen discretionair 5,84%
Communicatieservices 4,32%
Gezondheidszorg 3,88%
Nutsbedrijven 2,63%
Consumptiegoederen 1,98%
Energie 1,97%
Materialen 1,52%
Vastgoed 0,97%
Communicatie 0,70%

In hoeverre waren de duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling afgestemd op de EU-taxonomie?

Om te bepalen of aan de EU-taxonomie wordt voldaan, bevatten de criteria voor fossiel gas emissiegrenswaarden en de omschakeling naar hernieuwbare energie of koolstofarme brandstoffen tegen eind 2035. Voor kernenergie bevatten de criteria uitgebreide regels inzake veiligheid en afvalbeheer. 

Faciliterende activiteiten maken het rechtstreeks mogelijk dat andere activiteiten een substantiële bijdrage leveren aan een ecologische doelstelling. 

Transitieactiviteiten zijn activiteiten waarvoor nog geen koolstofarme alternatieven beschikbaar zijn en die onder meer broeikasgasemissieniveaus hebben die overeenkomen met de beste prestaties.

Het product had geen doelstelling om duurzame beleggingen met een milieudoelstelling afgestemd op de EU-Taxonomie aan te houden.

Heeft het financiële product belegd in activiteiten in de sectoren fossiel gas en of kernenergie die aan de taxonomie voldoen?

Ja

In fossiel gas

In kernenergie

Nee

De onderstaande diagrammen geven in het groen het percentage op de EU-taxonomie afgestemde beleggingen. Er is geen geschikte methode om te bepalen in hoeverre staatobligaties* op de taxonomie zijn afgestemd. Daarom geeft het eerste diagram de mate van afstemming voor alle beleggingen van het  financiële product inclusief staatsobligaties, terwijl het tweede diagram alleen voor de beleggingen van het financiële product in andere producten dan staatsobligaties aangeeft in hoeverre die op de taxonomie zijn afgestemd.

* In deze diagrammen omvat ‘staatsobligaties’ alle blootstellingen aan overheden.

*1 Activiteiten in de sectoren fossiel gas en/of kernenergie zullen alleen aan de EU-taxonomie voldoen indien zij bijdragen aan het beperken van de klimaatverandering (“klimaatmitigatie”) en geen ernstige afbreuk doen aan de doelstellingen van de EU-taxonomie – zie de toelichting in de linkermarge. De uitgebreide criteria voor economische activiteiten in de sectoren fossiel gas en kernenergie die aan de EU-taxonomie voldoen, zijn vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1214 van de Commissie.

Op de taxonomie afgestemde activiteiten worden uitgedrukt als aandeel van: 

  • de omzet die het aandeel van de opbrengsten uit groene activiteiten van ondernemingen waarin is belegd, weergeeft; 
  • de kapitaaluitgaven (CapEx) die laten zien welke groene beleggingen worden gedaan door de ondernemingen waarin is belegd, bv. voor een transitie naar een groene economie; 
  • de operationele uitgaven (OpEx) die groene operationele activiteiten van ondernemingen waarin is belegd, weergeven.

Wat was het aandeel beleggingen in transitie- en faciliterende activiteiten?

Het aandeel beleggingen in transitie activiteiten was 0,01% zoals gedefinieerd in de EU-taxonomieverordening.

Het aandeel beleggingen in de faciliterende activiteiten was 0,24% zoals gedefinieerd in de EU-taxonomieverordening.

Hoe verhield het percentage op de EU-taxonomie afgestemde zich tot eerdere referentieperiodes?

In de vorige referentieperiode (2024) was het aandeel op de EU-taxonomie afgestemde beleggingen 0,37%. 

Het percentage beleggingen afgestemd op de EU-taxonomie is dus gestegen.

Wat was het aandeel duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling die niet op de EU-taxonomie zijn afgestemd?

Dit zijn duurzame beleggingen met een ecologische doelstelling die geen rekening houden met de criteria voor ecologisch duurzame economische activiteiten in het kader van de Verordening (EU) 2020/852.

Het product promootte E/S-kenmerken, maar deed geen duurzame beleggingen.

Wat was het aandeel van sociaal duurzame beleggingen?

Het product promootte E/S-kenmerken, maar deed geen duurzame beleggingen.

Welke beleggingen zijn opgenomen in "overige"? Waarvoor waren deze bedoeld en waren er ecologische of sociale minimumwaarborgen?

De ‘overige’ beleggingen zijn private beleggingen, zoals infrastructuur en vastgoed, staatsobligaties in ontwikkelde en opkomende markten, rentederivaten en hypotheken. Op de beleggingen die behoren tot de categorie ‘overige’ worden ESG-waarborgen toegepast door beleggingsfondsen en vermogensbeheerders te selecteren die:

  • de PRI van de VN hebben ondertekend
  • die een deugdelijk proces van integratie van ESG-risico’s hebben; en 
  • de beleggingen beoordelen op potentiële negatieve effecten van de onderliggende beleggingen (gespecificeerd als potentiële schendingen van de UN Global Compact en de OESO-richtlijnen).

Welke maatregelen zijn er in de referentieperiode getroffen om aan de ecologische en/of sociale kenmerken te voldoen?

De ecologische en/of sociale kenmerken die door het Pensioenfonds werden gepromoot, zijn gedurende de verslagperiode gerealiseerd door middel van verschillende maatregelen binnen het beleggingsbeleid en het portefeuillebeheer.

Ten eerste zijn uitsluitingscriteria toegepast. Het Pensioenfonds heeft niet belegd in ondernemingen die betrokken zijn bij controversiële wapens, waaronder ABC-wapens (atomair, biologisch en chemisch), wapens met verarmd uranium, verblindende wapens, niet-traceerbare wapens, ontvlammende wapens, cluster-munitie en landmijnen. Daarnaast zijn landen uitgesloten waarvan de centrale overheid onderworpen was aan sancties van de Europese Unie of de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Tevens zijn beleggingen in ondernemingen die betrokken zijn bij de productie en distributie van tabaksproducten uitgesloten op basis van vooraf vastgestelde omzetdrempels.

Daarnaast zijn klimaatdoelstellingen geïmplementeerd in de liquide beleggingsportefeuilles. De passieve beleggingen in wereldwijde aandelen en euro-bedrijfsobligaties zijn ingericht met indexmethodologieën en selectiecriteria die gericht zijn op een vermindering van de broeikasgasintensiteit van de portefeuille en een decarbonisatiepad dat aansluit bij het Klimaatakkoord van Parijs.

Verder heeft het Pensioenfonds duurzaamheidscriteria gesteld aan de externe vermogensbeheerders die de beleggingen uitvoeren. Alle vermogensbeheerders waarmee werd samengewerkt waren ondertekenaar van de Principles for Responsible Investment (UN PRI) en dienden bij het beheer van de portefeuilles rekening te houden met relevante ESG-risico’s en -factoren.

Tot slot zijn engagement en stemrechten ingezet om ondernemingen aan te zetten tot verbetering van hun beleid en praktijken op het gebied van milieu, sociale aspecten en goed ondernemingsbestuur. Het Pensioenfonds heeft via de fiduciair adviseur de dialoog gevoerd met ondernemingen en gebruikgemaakt van het stemrecht dat verbonden is aan de aandelenbeleggingen.

De fiduciair adviseur rapporteerde periodiek aan het Pensioenfonds over de wijze waarop de gepromote kenmerken binnen de portefeuille werden toegepast en gemonitord. Deze rapportages werden door het Pensioenfonds besproken en beoordeeld, en waar nodig werd opvolging gegeven aan de bevindingen uit deze rapportages.

Voor de monitoring en beoordeling van relevante ESG-indicatoren en normen werd gebruikgemaakt van gegevens van verschillende externe dataleveranciers.

Hoe heeft dit product gepresteerd ten opzichte van de referentiebenchmark?

Referentiebenchmarks zijn indices waarmee wordt gemeten of het financiële product voldoet aan de ecologische of sociale kenmerken die dat product promoot.

Niet van toepassing. Het Pensioenfonds heeft geen vastgestelde referentiebenchmark die wordt gebruikt om te meten of het de milieu- en/of sociale kenmerken bereikt die de portefeuille nastreeft.