10.9 Gebeurtenissen na balansdatum
Per 1 juli 2023 is de Wet toekomst pensioenen (Wtp) van kracht. Bpf Particuliere Beveiliging is per 1 januari 2026 ingevaren, hetgeen inhoudt dat Bpf Particuliere Beveiliging dan alle opgebouwde aanspraken en rechten per 1 januari 2026 collectief heeft overgedragen naar de pensioenregeling onder het nieuwe stelsel. Middels de transitie zijn alle pensioenverplichtingen en activa van Bpf Particuliere Beveiliging herberekend en overgedragen naar het nieuwe pensioencontract onder de Wtp. Deze interne waardeoverdracht zorgt ervoor dat de financiële positie van het fonds correct wordt weergegeven volgens de nieuwe wetgeving. De pensioenverplichtingen zoals gerapporteerd onder het Financieel Toetsingskader (FTK) per 31 december 2025 zijn herrekend en omgeboekt naar de Wtp-openingsbalans. Dit omvat de aanpassing van de verplichtingen aan de nieuwe rekenregels en de verdeling van de persoonlijke pensioenvermogens. Het aanwezig pensioenvermogen op invaarmoment per 1 januari 2026, is hierbij verdeeld over eigen vermogenscomponenten, bestemmingsfondsen en de persoonlijke pensioenvermogens van deelnemers.
Het resterende bedrag betreft het beschikbare vermogen dat gealloceerd wordt aan de pensioenvermogens van de individuele deelnemers binnen het fonds. Voor een nadere toelichting op de gevolgen van het invaren voor de deelnemers, verwijzen wij naar de 'waterval' (de financiële weergave van deze verdeling bij invaren):
| (bedragen x € 1.000) | Ref | 1 januari 2026 |
|---|---|---|
| Het aanwezig pensioenvermogen per 31 december 2025 | ||
| Eigen vermogen op basis van FTK | 722.815 | |
| Technische voorziening | 1.674.657 | |
| Totaal aanwezig pensioenvermogen op invaarmoment | 2.397.472 | |
| Verdeling van het pensioenvermogen op invaarmoment 1 januari 2026 | ||
| Aanwezig pensioenvermogen op invaarmoment | 2.397.472 | |
| -/- Minimaal vereist vermogen | 1 | -11.723 |
| -/- Operationele reserve | 2 | -26.614 |
| -/- Solidariteitsreserve | 3 | -119.843 |
| -/- Compensatie | 4 | -114.149 |
| -/- Voorziening operationele kosten | 5 | -78.972 |
| -/- Overige posten | 6 | -607 |
| -/- Overige technische voorzieningen voor risico pensioenuitvoerder | 7 | -73.609 |
| Totaal beschikbaar vermogen | 1.971.955 | |
| Totaal beschikbaar vermogen | 8 | 1.971.955 |
| Toebedeelde compensatie | 4 | 114.149 |
| Totaal persoonlijke pensioenvermogens | 2.086.104 |
Toelichting hierbij:
1: Minimaal vereist vermogen: Het minimaal vereiste eigen vermogen is berekend 11.723. Dat is 0,7 procent van de technische voorzieningen. De operationele reserve die is afgesplitst bij invaren bevat tevens een component in verband met op het moment van invaren voorziene terugwerkende kracht mutaties (zoals inkomende waardeoverdrachten). Voor inkomende waardeoverdrachten die na het sluitingsmoment van de administratie binnen zijn gekomen is voorzien in de voorziening pensioenverplichtingen op basis van FTK per einde jaar 2025. De waarde hiervan is opgenomen in de operationele reserve, omdat de aanspraken van deze inkomende waardeoverdrachten geen onderdeel zijn van de basisgegevens voor het invaren. Zodra deze inkomende waardeoverdrachten met terugwerkende kracht worden verwerkt, komt het benodigde persoonlijke pensioenvermogen ten laste van de operationele reserve.
2: Operationele reserve: Bpf Particuliere Beveiliging heeft bij invaren een operationele reserve van 1,55 procent van het fondsvermogen gevormd van 26.614. Hiermee wordt bij invaren eigen vermogen gevormd in aanvulling op het minimaal vereist eigen vermogen. Bpf Particuliere Beveiliging vormt de operationele reserve voor de volgende doelen:
- Opvangen van risico’s in het kader van geen-premie-wel-recht;
- Opvangen resultaten uit hoofde van terugwerkende kracht mutaties;
- Opvangen resultaten op kosten, arbeidsongeschiktheid, flexibilisering, niet opgevraagde pensioenen, overlijdensrisicodekking;
- Opvangen risico’s t.a.v. collectieve voorzieningen voor risico fonds, waaronder aanpassing actuariële grondslagen en beleggingsrisico’s;
- Stroppenpot (ten behoeve van onder andere eventuele juridische procedures of toepassing hardheidsclausule) (tijdelijke periode 3 jaar);
- Datakwaliteit (tijdelijke periode 3 jaar);
- Onzekerheden in invaar/transitieproces (tijdelijke periode 1 jaar).
3: Solidariteitsreserve: De solidariteitsreseve is een collectieve vermogensreserve waarmee financiële mee- of tegenvallers kunnen worden gedeeld in een solidaire premieovereenkomst. De bij invaren gevormde solidariteitsreserve bedraagt 119.843 (5,0 procent procent van het aanwezig pensioenvermogen op het invaarmoment).
4: Compensatie: Dit is een geoormerkt vermogen voor het compenseren van actieve deelnemers vanwege de afschaffing van de doorsneesystematiek. Het voor compensatie beschikbare vermogen bedraagt 114.149 (5,47 procent van het aanwezig pensioenvermogen op het invaarmoment). Het voor compensatie beschikbare vermogen wordt over leeftijdscohorten verdeeld volgens een leeftijdsafhankelijke staffel. Deze staffel is afgeleid van de berekende impact van de afschaffing van de doorsneesystematiek.
5: Voorziening operationele kosten: Dit betreft de voorziening voor operationele toekomstige uitvoeringskosten in een afwikkelscenario die gepaard gaan met het doen van toekomstige pensioenuitkeringen. Deze wordt separaat gepresenteerd onder de technische voorzieningen.
6: Overige posten: Dit betreft de voorziening voor deelnemers die het pensioen niet opgevraagd hebben.
7: Overige technische voorzieningen voor risico pensioenuitvoerder: Dit betreft voorzieningen voor andere collectieve verplichtingen. Dit betreffen de voorziening voor toekomstige schadelast van zieke deelnemers (IBNR-voorziening), de voorziening voor premievrijgesteld pensioen voor arbeidsongeschikte deelnemers en de voorziening voor het opgebouwd (latent) wezenpensioen.
8: Totaal beschikbaar vermogen: Na het afzonderen van MVEV en specifieke reserves en voorzieningen resulteert een vermogen dat beschikbaar is voor verdeling over alle deelnemers. Het beschikbare vermogen is verdeeld op basis van de wettelijke standaardregel.