Spring naar inhoud

10.5 Toelichting op de balans

ACTIVA

1. Beleggingen voor risico pensioenfonds

    Vastgoed beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2025   214.168   979.155   1.064.166   -121.646   145.708   2.281.551
Aankopen   13.110   95.322   1.117.354   0   1.662   1.227.448
Verkopen   -7.315   -215.734   -1.085.307   -14.107   0   -1.322.463
Herwaardering   -12.127   75.420   -44.730   -169.079   -4.414   -154.930
Mutatie liquide middelen   0   0   0   0   1.711   1.711
Overige mutaties   0   0   0   0   -625   -625
Stand per 31 december 2025   207.836   934.163   1.051.483   -304.832   144.042   2.032.692
Schuldpositie derivaten (credit)                       386.716
Totaal                       2.419.408

In bovenstaand overzicht is het verloop van de derivaten per saldo (positief en negatief) opgenomen ad
- € 304.832. De positief gewaardeerde derivaten ad € 81.884 zijn opgenomen onder de activa; de negatief gewaardeerde derivaten ad € 386.716 zijn opgenomen onder de passiva.

In het overzicht zijn de aankopen en verkopen van valuta afdekking gesaldeerd opgenomen.

Het bedrag aan negatieve derivaten van € 386.716 bestaat voor € 385.831 uit rentederivaten, voor € 870 uit valutaderivaten en voor € 15 uit aandelenderivaten. Een toelichting inzake de derivatenposities is weergegeven in paragraaf 10.6 Risicobeheer bij de 'Derivaten'.

De reallocatie onder overige mutaties betreft fondsen die van beleggingscategorie zijn gewijzigd gedurende het jaar. Het betreft aandelen die bij nader inzien vastgoedaandelen zijn.

    Vastgoed beleggingen   Aandelen   Vastrentende waarden   Derivaten   Overige beleggingen   Totaal
                         
Stand per 1 januari 2024   203.080   665.080   1.129.125   -148.965   122.328   1.970.648
Aankopen   10.177   214.348   605.360   0   5.987   835.872
Verkopen   -5.570   -81.888   -679.740   36.199   0   -730.999
Herwaardering   5.230   182.866   9.421   -8.880   11.843   200.480
Mutatie liquide middelen   0   0   0   0   5.550   5.550
Overige mutaties   1251   -1251   0   0   0   0
Stand per 31 december 2024   214.168   979.155   1.064.166   -121.646   145.708   2.281.551
Schuldpositie derivaten (credit)                       198.730
Totaal                       2.480.281

Vastgoedbeleggingen

    31-12-2025   31-12-2024
         
Participatie vastgoedbeleggingsfondsen   172.056   182.584
Indirect vastgoedbeleggingen, beursgenoteerd   35.780   31.584
Totaal   207.836   214.168

Aandelen

    31-12-2025   31-12-2024
         
Beusgenoteerde aandelen   777.117   837.540
Aandelen beleggingsfondsen   157.046   141.615
Totaal   934.163   979.155

Vastrentende waarden

    31-12-2025   31-12-2024
         
Obligaties beursgenoteerd   704.483   717.733
Hypothekenfondsen   155.447   155.383
Obligatiebeleggingsfondsen   191.553   191.050
Totaal   1.051.483   1.064.166

Derivaten

    31-12-2025   31-12-2024
         
Valutaderivaten   11.200   1.786
Rentederivaten   70.684   75.298
Totaal   81.884   77.084

Het pensioenfonds heeft eind 2025 € 306.874 (2024: € 114.679) aan onderpand verstrekt in de vorm van liquiditeiten en € 85.094 (2024: € 45.399) aan onderpand verstrekt in de vorm van (staats) obligaties als initial margin als gevolg van de negatieve waardeontwikkeling van de derivaten. De verstrekte (staats)obligaties zijn verantwoord onder de vastrentende waarden.

Voor de toelichting op de derivaten wordt verder verwezen naar paragraaf 10.6 Risicobeheer bij de 'Derivaten'. 

Overige beleggingen

    31-12-2025   31-12-2024
         
Infrastructuurfondsen   127.818   131.195
Liquide middelen   16.224   14.513
Totaal   144.042   145.708

Schattingen en oordelen
Zoals vermeld in de toelichting zijn de beleggingen van het pensioenfonds nagenoeg allemaal gewaardeerd tegen reële waarde per balansdatum en is het over het algemeen mogelijk en gebruikelijk om de reële waarde binnen een aanvaardbare bandbreedte van schattingen vast te stellen. Voor sommige andere financiële instrumenten, zoals beleggingsvorderingen en -schulden, geldt dat de boekwaarde de reële waarde benadert als gevolg van het kortetermijnkarakter van de vorderingen en schulden. De boekwaarde van alle activa en de financiële verplichtingen op balansdatum benadert de reële waarde.

Voor de meerderheid van de financiële instrumenten van het pensioenfonds kan gebruik worden gemaakt van marktnoteringen. Echter, bepaalde financiële instrumenten, zoals bepaalde vastgoedbeleggingen zijn gewaardeerd door middel van gebruikmaking van waarderingsmodellen en -technieken, inclusief verwijzing naar de huidige reële waarde van vergelijkbare instrumenten. Op basis van de boekwaarde kan het volgende onderscheid worden gemaakt:

31 december 2025   Directe
markt-noteringen
  Afgeleide markt-noteringen   Waarderings-
modellen
  Totaal
                 
Vastgoed beleggingen   35.780   0   172.056   207.836
Aandelen   934.163   0   0   934.163
Vastrentende waarden   896.036   0   155.447   1.051.483
Derivaten   -15   -304.817   0   -304.832
Overige beleggingen   0   16.224   127.818   144.042
Totaal   1.865.964   -288.593   455.321   2.032.692
31 december 2024   Directe
markt-noteringen
  Afgeleide markt-noteringen   Waarderings-
modellen
  Totaal
                 
Vastgoed beleggingen   31.584   0   182.584   214.168
Aandelen   979.155   0   0   979.155
Vastrentende waarden   908.783   0   155.383   1.064.166
Derivaten   0   -121.646   0   -121.646
Overige beleggingen   0   14.513   131.195   145.708
Totaal   1.919.522   -107.133   469.162   2.281.551

Vastgoed
Het deel van de waarde aan vastgoedbeleggingen dat is opgenomen op basis van waarderingsmodellen en - technieken bestaat alleen uit indirect vastgoed. De waarde is gebaseerd op de taxatiewaarde. De eerste waardering is verkrijgingsprijs inclusief transactiekosten. Deze taxaties worden verricht door verscheidene externe erkende taxateurs. Iedere externe taxateur hanteert, binnen de algemene richtlijnen zoals binnen de branche gelden, eigen uitgangspunten. De richtlijnen binnen de branche geven aan dat voor de waardebepaling in dit geval moet worden uitgegaan van de verkoopwaarde van een object met als doelstelling om met het object huurinkomsten te genereren. Als basis wordt hiervoor een contante waardeberekening gebruikt van de toekomstige kasstromen.

Vastrentende waarden
Het deel van de vastrentende waarden waarvan de reële waarde op basis van schatting wordt vastgesteld, betreft volledig hypotheken.

Overige beleggingen
Het deel van de overige beleggingen dat is opgenomen op basis van waarderingsmodellen en -technieken bestaat uit beleggingen van PGGM Infra die vanaf 2024 op maandbasis gewaardeerd worden. Voorgaande jaren werden deze beleggingen volledig gecategoriseerd onder de categorie afgeleide marktnoteringen.

2. Vorderingen en overlopende activa

    31-12-2025   31-12-2024
         
Beleggingsvorderingen   458.745   174.156
Vorderingen werkgevers   25.061   23.260
Vorderingen op deelnemers van het pensioenfonds   2   2
Overige vorderingen en overlopende activa   69   118
Totaal   483.877   197.536

De samenstelling van de posten beleggingsvorderingen en vorderingen werkgevers is onderstaand nader gespecificeerd.

De overige vorderingen en overlopende activa bestaan uit vooruitbetaalde kosten 2026 en nog te ontvangen creditrente over het banksaldo voor het vierde kwartaal van 2025.

Beleggingsvorderingen

    31-12-2025   31-12-2024
         
Nog af te wikkelen transacties   105.286   20.503
Te vorderen dividend   1.499   1.490
Te vorderen dividendbelasting   1.808   1.825
Lopende interest   42.863   35.907
Collateral   306.874   114.413
Overige beleggingsvorderingen   415   18
Totaal   458.745   174.156

Vorderingen werkgevers

    31-12-2025   31-12-2024
         
Vorderingen op werkgevers   25.680   23.847
Voorziening dubieuze debiteuren   -619   -587
Totaal   25.061   23.260

De vorderingen op werkgevers betreffen de premies voor de maanden november en december van € 19.222 (2024: € 17.959). Deze zijn in de maanden januari en februari 2026 in rekening gebracht. Daarnaast nog openstaande premie over het huidig jaar van € 6.308 (2024: € 5.738) en voorgaand jaar van € 150 (2024: € 150). De voorziening dubieuze debiteuren van € 619 is hierop in mindering gebracht. Zie voor de specificatie hiervan onderstaande tabel.

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.

Verloop van de voorziening dubieuze debiteuren

    2025   2024
         
Stand per 1 januari   -587   -619
Afgeschreven vorderingen   74   288
Dotatie ten laste van de rekening van baten en lasten   -106   -256
Stand per 31 december   -619   -587

3. Overige activa

    31-12-2025   31-12-2024
         
Liquide middelen   10.726   10.471
Totaal   10.726   10.471

Onder de overige activa worden opgenomen de tegoeden op bankrekeningen die onmiddellijk danwel op korte termijn opeisbaar zijn. Bankrekeningen die beheerd worden door de vermogensbeheerder, zijn onder de betreffende beleggingscategorieën gerubriceerd.

Er is geen kredietfaciliteit van toepassing.

PASSIVA

4. Stichtingskapitaal en reserves

    Algemene reserve   Weerstands-
reserve
  Totaal
             
Stand per 1 januari 2024   -15.378   393.076   377.698
Uit bestemmingssaldo van baten en lasten   35.307   67.446   102.753
Stand per 31 december 2024   19.929   460.522   480.451
Uit bestemmingssaldo van baten en lasten   329.741   -87.377   242.364
Stand per 31 december 2025   349.670   373.145   722.815

Het weerstandsreserve wordt meegenomen in de berekening van de dekkingsgraad.

Dekkingsgraden, vermogenspositie en herstelplan
De dekkingsgraden zijn ultimo jaar als volgt:

    31-12-2025   31-12-2024
         
Nominale dekkingsgraad   143,2%   124,5%
Beleidsdekkingsgraad   134,5%   125,1%

De dekkingsgraad van het pensioenfonds wordt berekend door op balansdatum het balanstotaal minus de kortlopende schulden (inclusief de negatieve derivatenpositie) te delen op de technische voorzieningen zoals opgenomen in de balans.

De beleidsdekkingsgraad is het rekenkundig gemiddelde van de nominale dekkingsgraden van de laatste 12 maanden. Bij de bepaling van de beleidsdekkingsgraad wordt steeds gebruik gemaakt van de meest actuele inschatting van de betreffende dekkingsgraden.

Voor het bepalen van het vereist eigen vermogen (de solvabiliteitstoets) maakt het pensioenfonds gebruik van het standaard model van DNB. Het bestuur acht het gebruik van het standaardmodel passend voor de risico's van het pensioenfonds. De uitkomsten van de solvabiliteitstoets zijn opgenomen in paragraaf 10.6 Risicobeheer.

Op basis hiervan bedraagt het (minimaal) vereist vermogen op 31 december:

    31-12-2025   31-12-2024
                 
Stichtingskapitaal en reserves   722.815   143,2%   480.451   124,5%
Minimaal vereist eigen vermogen   74.919   104,5%   86.160   104,4%
Vereist eigen vermogen   373.145   122,3%   460.522   123,5%

Als het eigen vermogen lager is dan het minimaal vereist eigen vermogen bevindt het pensioenfonds zich in een situatie van dekkingstekort. Indien het eigen vermogen lager is dan het vereist eigen vermogen, maar wel tenminste gelijk is aan het minimaal vereist eigen vermogen, bevindt het pensioenfonds zich in een situatie van reservetekort. In 2025 is geen sprake van een reservetekort.

De vermogenspositie van het pensioenfonds kan als gevolg van bovenstaande worden gekarakteriseerd als een toereikende solvabiliteit (2024: idem).

De opbouw van het vereist eigen vermogen wordt toegelicht in paragraaf 10.6 Risicobeheer.

Herstelplan
Per 31 december 2025 is de beleidsdekkingsgraad (134,5%) hoger dan de vereiste dekkingsgraad per 31 december 2025 (122,3%), waardoor het indienen van een herstelplan niet aan de orde is voor het pensioenfonds. 

Voorstel tot resultaatbestemming
Ten aanzien van de bestemming van het saldo van baten en lasten is geen bepaling opgenomen in de statuten van het pensioenfonds. De bestemming is nader uitgewerkt in de ABTN. Het voorstel van de verdeling van het positieve resultaat over boekjaar 2025 van € 242.364 is als volgt:

    31-12-2025   31-12-2024
         
Algemene reserve   329.741   35.307
Weerstandsreserve   -87.377   67.446
    242.364   102.753

5. Voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds

    2025   2024
         
Stand per 1 januari   1.887.773   1.703.065
Pensioenopbouw   121.773   106.245
Toeslagverlening   0   28.157
Rentetoevoeging   44.310   58.878
Onttrekking voor pensioenuitkeringen   -30.420   -26.658
Wijziging marktrente   -420.426   50.766
Wijziging actuariële uitgangspunten   0   -21.995
Wijziging uit hoofde overdracht van rechten   -5.396   -4.516
Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen   -1.928   -6.169
Stand per 31 december   1.595.686   1.887.773

Als gevolg van de wijziging in RJ 610 wordt de voorziening operationele kosten niet langer opgenomen als onderdeel van de technische voorziening, maar separaat gepresenteerd. Deze wijziging kwalificeert als een stelselwijziging die op grond van RJ 140.208 retrospectief dient te worden toegepast.

In de vergelijkende cijfers is de technische voorziening derhalve aangepast. Aangezien de voorziening operationele kosten in het verleden onderdeel uitmaakte van verschillende toevoegingen aan en onttrekkingen van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds, zijn de vergelijkende cijfers binnen de specificatie van de technische voorziening aangepast om deze gewijzigde presentatie tot uitdrukking te brengen.

Ultimo boekjaar bedraagt de gemiddelde gewogen discontovoet 3,18% (2024: 2,06%).

Pensioenopbouw
Onder pensioenopbouw is opgenomen de actuarieel berekende waarde van de diensttijdopbouw. Dit is het effect op de voorziening pensioenverplichtingen van de in het verslagjaar opgebouwde nominale rechten ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen. Verder is hierin begrepen het effect van de individuele salarisontwikkeling. De opgebouwde pensioenen voor deelnemers zijn per 1 januari 2026 niet verhoogd, omdat het fonds per 1 januari 2026 is overgegaan naar de Wtp.

Toeslagverlening
Onder de Wtp is de toeslag onderdeel van de periodieke verdeling van het overrendement. Per 1 januari 2026 is het pensioenfonds overgegaan naar de Wtp. Het pensioenfonds heeft daarom geen toeslag verleend.

Rentetoevoeging
De voorziening pensioenverplichtingen is opgerent met 2,330% (2024: 3,439%), op basis van de éénjaarsrente van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur aan het einde van het voorgaande kalenderjaar (2024: de éénjaarsrente van de DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur per 31 december 2023).

Onttrekking voor pensioenuitkeringen
Verwachte toekomstige pensioenuitkeringen worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de pensioenuitkeringen in de verslagperiode.

Wijziging marktrente
Jaarlijks wordt per 31 december de voorziening pensioenverplichtingen herrekend door toepassing van de actuele rentetermijnstructuur. Het effect van de verandering van de rentetermijnstructuur wordt verantwoord onder het hoofd wijziging marktrente.

Wijziging actuariële uitgangspunten
Jaarlijks worden de actuariële grondslagen en/of methoden beoordeeld en mogelijk herzien ten behoeve van de berekening van de actuele waarde van de pensioenverplichtingen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van interne en externe actuariële deskundigheid. Dit betreft onder meer de vergelijking van veronderstellingen ten aanzien van sterfte, langleven, arbeidsongeschiktheid met werkelijke waarnemingen, zowel voor de gehele bevolking als voor de populatie van het pensioenfonds.

De vaststelling van de toereikendheid van de voorziening pensioenverplichtingen is een inherent onzeker proces, waarbij gebruik wordt gemaakt van schattingen en oordelen door het bestuur van het pensioenfonds. Het effect van deze wijzigingen wordt verantwoord in het resultaat op het moment dat de actuariële uitgangspunten worden herzien.

Wijziging uit hoofde van overdracht van rechten

    31-12-2025   31-12-2024
         
Toevoeging aan de technische voorziening   11.228   7.864
Onttrekking aan de technische voorziening   -16.624   -12.381
Totaal   -5.396   -4.517

Overige mutaties voorziening pensioenverplichtingen

    31-12-2025   31-12-2024
         
Resultaat op kanssysteem:        
- Sterfte   -2.888   -2.594
- Arbeidsongeschiktheid   767   -3.720
- Mutaties   -547   -188
- Overige technische grondslagen   740   333
Totaal   -1.928   -6.169

Het resultaat op sterfte is een gevolg van het feit dat de werkelijke sterfte afwijkt van de veronderstelde sterfte.

Actuariële resultaten op arbeidsongeschiktheid ontstaan doordat de werkelijke schade als gevolg van invalidering afwijkt van de in de premiestelling veronderstelde invalidering.

Overige technische grondslagen ziet grotendeels toe op de mutatie van de voorziening operationele kosten.

De voorziening voor pensioenverplichtingen (inclusief voorziening operationele kosten) is naar categorieën als volgt samengesteld:

    31-12-2025   31-12-2024
                 
    Voorziening   Aantallen   Voorziening   Aantallen
                 
Actieven deelnemers   555.016   32.280   689.257   29.095
Pensioengerechtigden   385.441   7.567   373.086   6.803
Gewezen deelnemers   655.229   33.825   825.430   32.941
    1.595.686   73.672   1.887.773   68.839
Overig   78.971   0   71.736   0
Totaal   1.674.657   73.672   1.959.509   68.839

'Overig' bestaat uit de reservering voor toekomstige uitvoeringskosten voor de uitvoering van de pensioenregeling.

Korte beschrijving pensioenregeling
De pensioenregeling van het pensioenfonds betreft een middelloonregeling.

Het ouderdomspensioen is gelijk aan 1,84% (2024: idem) van de pensioengrondslag, waarover premie aan het pensioenfonds is betaald. De pensioengrondslag is gelijk aan het (gemaximeerde) pensioensalaris minus de franchise. Onder het pensioensalaris vallen alle elementen in het loon die meetellen bij het bepalen van de op te bouwen aanspraken. Het bijbehorend partnerpensioen bedraagt 70% van het ouderdomspensioen. Tevens is het wezenpensioen verzekerd.

Het bestuur van het pensioenfonds heeft de ambitie om toeslagen op de opgebouwde pensioenen te verlenen. De mate waarin dit kan worden gerealiseerd is afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds. Er bestaat geen recht op jaarlijkse toeslagverlening.

De mate waarin dit kan worden gerealiseerd is afhankelijk van de ontwikkelingen in de rente, rendement, looninflatie en demografie. Uitdrukkelijk wordt opgemerkt dat de toezegging voor toekomstige toeslagverlening voorwaardelijk is.

Het bestuur van het pensioenfonds hanteert de volgende leidraad voor het verlenen van toeslagen:

  • bij een beleidsdekkingsgraad onder de 110% wordt geen toeslag verleend;
  • bij een beleidsdekkingsgraad tussen de 110% en circa 135% (bovengrens) wordt gekeken welke toeslag kan worden toegekend op basis van de wettelijke voorschriften voor toekomstbestendige toeslagverlening;
  • bij een beleidsdekkingsgraad boven de circa 135% wordt volledige toeslag toegekend en wordt gekeken in hoeverre extra toeslagen kunnen worden toegekend.

Onder de Wtp is de toeslag onderdeel van de periodieke verdeling van het overrendement. Per 1 januari 2026 is het pensioenfonds overgegaan naar de Wtp. Het pensioenfonds heeft daarom geen toeslag verleend.

6. Voorziening operationele kosten

    2025   2024
         
Stand per 1 januari   71.736   64.717
Toevoeging opslag toekomstige uitvoeringskosten   4.161   3.658
Onttrekking vanwege dekking uitvoeringskosten huidig verslagjaar   -1.145   -1.005
RTS-effect   -14.292   4.166
Overige mutaties   18.511   200
Stand per 31 december   78.971   71.736

Als gevolg van de wijziging in RJ610 wordt de voorziening operationele kosten separaat gepresenteerd van de technische voorziening. Deze wijziging is aangemerkt als een stelselwijziging en is conform RJ 140.208 retrospectief verwerkt.

In de vergelijkende cijfers over 2024 is de voorziening operationele kosten afzonderlijk opgenomen. De bedragen die in eerdere verslagjaren onderdeel uitmaakten van de toevoegingen aan en onttrekkingen van de voorziening pensioenverplichtingen voor risico van het pensioenfonds, zijn geherclassificeerd naar de voorziening operationele kosten. De mutaties zijn toe te wijzen aan de opgenomen categorieën in het verloopoverzicht.

De voorziening operationele kosten is bepaald op basis van een verwachte looptijd tot CWO van twee jaar. De geraamde kosten zijn contant gemaakt tegen de relevante rentevoet (RTS) en jaarlijks geïndexeerd met de verwachte inflatie op basis van de Europese prijsindex HICP. Het gehanteerde kostenniveau is afgeleid van de begroting 2025.

Onttrekking voor uitvoeringskosten
Toekomstige pensioenuitvoeringskosten (in het bijzonder excassokosten) worden vooraf actuarieel berekend en opgenomen in de voorziening pensioenverplichtingen. De onder dit hoofd opgenomen afname van de voorziening betreft het bedrag dat vrijkomt ten behoeve van de financiering van de verwachte uitvoeringskosten in de verslagperiode.

Overige mutaties
Onder Wtp zal de kostenvoorziening niet meer uitgedrukt kunnen worden als percentage van de technische voorziening. Het bestuur heeft op basis van het advies van de adviserend actuaris besloten de methode voor de vaststelling van de kostenvoorziening aan te passen voor de Wtp. Deze Wtp kostenvoorziening is ook in de FTK eindstand opgenomen. De kostenvoorziening stijgt hierdoor en zorgt voor een negatief resultaat van € 19.119 en heeft daardoor een negatief effect op de dekkingsgraad van 1,7%.

7. Derivaten

    31-12-2025   31-12-2024
         
Derivaten   386.716   198.730
Totaal   386.716   198.730

Het bedrag aan negatieve derivaten bestaat voor € 385.831 (2024: € 189.554) uit rentederivaten, voor € 870 (2024: € 9.176) uit valutaderivaten en voor € 15 (2024: € 0) aan aandelenderivaten. 

8. Overige schulden en overlopende passiva

    31-12-2025   31-12-2024
         
Schulden m.b.t. beleggingen   126.007   46.865
Te verrekenen premies   661   430
Pensioenuitkeringen   8   2
Belastingen en premie sociale verzekeringen   640   523
Vermogensbeheerkosten   1.024   885
Administratiekosten   961   494
Overige schulden en overlopende passiva   522   399
Totaal   129.823   49.598

De schulden m.b.t. beleggingen bestaan uit nog af te wikkelen transacties van € 104.848 (2024: € 21.197) en de lopende interest van € 21.159 (2024: 25.656).

De te verrekenen premies betreffen opgelegde ambtshalve facturen, waar geen opbouw tegenover staat in de voorziening pensioenverplichtingen, maar wel zijn opgenomen onder de premiebaten.

Alle schulden hebben een resterende looptijd van korter dan één jaar.