7.1 Verslag verantwoordingsorgaan
Inleiding
Het verantwoordingsorgaan (VO) heeft in het kader van haar taakuitoefening kennisgenomen van het concept bestuursverslag 2025, de concept beoordelingslijst Prudent Person, het concept actuarieel rapport van TKP, het conceptrapport van de waarmerkend actuaris en het concept controleverklaring van de onafhankelijke accountant.
In haar vergadering van 12 mei 2026 heeft het verantwoordingsorgaan met een afvaardiging van het bestuur het in 2025 gevoerde bestuursbeleid en de behaalde resultaten besproken.
Bevindingen
Bezetting verantwoordingsorgaan
In 2025 bestond het verantwoordingsorgaan uit vijf leden: de heren Dost, De Groot, Zeegers, Hoogendoorn en Dijksterhuis(voorzitter).
Eind november 2025 heeft de heer Zeegers aangegeven wegens persoonlijke redenen zijn lidmaatschap van het VO te beëindigen.
Bij vacatures is diversiteit ook een aandachtspunt voor het verantwoordingsorgaan. Door de vakbonden FNV, CNV en De Unie is inmiddels de heer Stuffers als kandidaat voorgesteld. De heer Stuffers is inmiddels ook benoemd. Het VO is in 2026 weer voltallig.
De agenda voor de vergaderingen van het verantwoordingsorgaan wordt in samenspraak tussen de voorzitter van het verantwoordingsorgaan en het secretariaat vastgesteld.De vergaderingen van het verantwoordingsorgaan bestaan uit twee gedeelten, namelijk een gedeelte zonder het bestuur en een gedeelte met het bestuur. In het gezamenlijke deel geeft het bestuur een toelichting op het gevoerde beleid en de belangrijkste high - lights.Het verantwoordingsorgaan waardeert de transparantie van het bestuur in haar besluitvorming.
Zelfevaluatie en opleiding
Het verantwoordingsorgaan heeft in de zomer 2025 onder externe begeleiding een evaluatie uitgevoerd waarin de ontwikkeling van het VO centraal stond. In de evaluatie is ingezoomd op de competenties en vaardigheden van het VO als team, als orgaan van het pensioenfonds én van de individuele VO-leden zelf.
Aan de hand van de uitkomsten heeft het verantwoordingsorgaan besloten tot een vervolgopleiding.In deze opleiding komen zaken aan de orde zoals taakverdeling, werkwijze, vertegenwoordiging achterban en effectieve communicatie.
De opleiding stond het gepland voor eind 2025. Op dat moment was er echter een vacature binnen het VO. Besloten is om de opleiding uit te stellen naar het najaar van 2026.
Wet toekomst pensioenen (Wtp)
Ook in 2025 heeft het verantwoordingsorgaan veelvuldig over de Wtp en de consequenties gesproken.Elke vergadering stond het op de agenda en het verantwoordingsorgaan is ook tussentijds door het bestuur goed op de hoogte gehouden.
Ook stonden er extra advies overleggen gepland.
Op 5 februari 2025 heeft een overleg plaatsgevonden onder externe begeleiding over
- het Wtp-uitvoeringsreglement voor de solidaire premieregeling per 1-1-2026;
- het voorgenomen besluit tot het doen van een interne collectieve waardeoverdracht (“invaren”);
- het voorgenomen besluit tot verdelen van het aanwezige vermogen van het pensioenfonds op de transitiedatum
- de integrale evenwichtigheidsbeoordeling
Op 12 februari 2025 heeft het VO het volgende advies verstrekt
Het verantwoordingsorgaan vindt dat het bestuur een zorgvuldig en uitgebreid proces heeft doorlopen. Het verantwoordingsorgaan acht de nieuwe pensioenregeling binnen de wettelijke kaders en financiële mogelijkheden evenwichtig. Deze pensioenregeling en onderliggende keuzes zijn goed uitlegbaar aan alle deelnemers en pensioengerechtigden.
Het verantwoordingsorgaan vraagt aandacht voor de monitoring van de dekkingsgraad ook in het laatste kwartaal van 2025. Een scherpe daling onder 100% zou kunnen leiden tot een ongewenste transitie.
Het VO adviseert unaniem positief over het uitvoeringsreglement, het invaarbesluit, de verdeling van het aanwezig vermogen en de evenwichtigheid.
Op 17 juli 2025 heeft het VO het bovengenoemde advies heroverwogen omdat het bestuur een aantal nieuwe gezichtspunten had aangebracht. Deze aanpassingen hebben echter niet geleid tot een ander advies.
Op 7 oktober 2025 heeft het bestuur het VO gevraagd het advies over de evenwichtigheidsbeoordeling te heroverwegen aan de had van gewijzigde inzichten. Het VO is echter unaniem van mening dat de aanvullende inzichten en bestuursbesluiten geen aanleiding geven om het advies over de integrale evenwichtigheid te wijzigingen/herzien/heroverwegen en concludeert dat sprake is van een evenwichtige transitie.
Naar aanleiding van het invaarbesluit heeft de toezichthouder nog een aantal zaken aangevoerd die voor het bestuur aanleiding waren tot een aanpassing. Dit heeft geleid tot een aanpassing door het bestuur in de evenwichtigheidsbeoordeling. Ook deze aanpassing is door het bestuur goed toegelicht en door de externe adviseur nader toegelicht. Deze wijziging heeft ook niet geleid tot een aanpassing van het advies.
Het VO is verheugd dat 1 januari 2026 het pensioenfonds succesvol is ingevaren en dat de goede voorbereiding zich heeft vertaald in een goede uitvoering.
Jaarverslag
Het verantwoordingsorgaan toetst of besluiten genomen door het bestuur voor alle betrokken belanghebbenden evenwichtig zijn genomen. Het verantwoordingsorgaan vindt het belangrijk dat bestuursbesluiten voldoende gemotiveerd worden. Het verantwoordingsorgaan heeft vastgesteld dat het bestuursverslag en het overleg met de bestuursleden voldoende inzicht geeft in de gedachtegang van het bestuur die tot grondslag lag aan die besluitvorming.
Financiële positie van het fonds
Het verantwoordingsorgaan heeft geconstateerd dat in 2025 de beleidsdekkingsgraad van het fonds ten opzichte van 2024 fors gestegen is van 125,1% naar 134,5% en met een dekkingsgraad ultimo 2025 van 143,2% er een mooie uitgangspositie was voor het invaren per 1 januari 2026.
Risicobeleid
Het verantwoordingsorgaan is van mening dat het fonds de risico’s goed in kaart heeft gebracht en in het jaarverslag heeft opgenomen.
Beleggingsbeleid
Het verantwoordingsorgaan heeft kennisgenomen van de resultaten van het beleggingsbeleid 2025.
Uitvoeringskosten
De totale uitvoeringskosten zijn een regelmatig terugkerend onderwerp tussen bestuur en verantwoordingsorgaan in de overleggen. Ook vorig jaar had het VO hierover een opmerking gemaakt. Het verantwoordingsorgaan begrijpt dat er extra projectkosten gemaakt moeten worden, maar blijft kritisch op de totale stijgende uitvoeringskosten(en dan in het bijzonder de kosten exclusief de projectkosten). In 2025 zijn deze in absolute zin met 19,3% gestegen en de kosten per deelnemer met 7,5%.Dit ligt belangrijk boven de inflatie en wanneer je kijkt naar de kosten per deelnemer versus de gemiddelde opbouw van een deelnemer is er volgens het VO ook sprake van een disbalans. Qua benchmark wordt er door het bestuur vooral gekeken naar de grootte van de fondsen, maar er zou wat betreft het VO ook gekeken moeten worden naar de karakteristieken qua gemiddelde deelnemer.
Oordeel
Op grond van het voorgaande komt het verantwoordingsorgaan tot het volgende oordeel:
- het bestuur afdoende informatie aan het verantwoordingsorgaan heeft verstrekt om zich een oordeel te vormen over het gevoerde beleid in 2025;
- de samenwerking tussen bestuur en verantwoordingsorgaan goed is en door de leden van het verantwoordingsorgaan wordt gewaardeerd;
- de ontwikkeling van uitvoeringskosten en beheerskosten van het vermogensbeheer een zorg blijft;
- het verantwoordingsorgaan de bestuursleden erkentelijk is voor hun inzet.
7.2 Reactie bestuur op Verslag verantwoordingsorgaan
Het bestuur heeft kennisgenomen van het verslag van het verantwoordingsorgaan. Het bestuur is tevreden over het positieve oordeel van het verantwoordingsorgaan en de waardering voor de samenwerking en de transparantie in de besluitvorming.
Het verantwoordingsorgaan is intensief betrokken geweest bij de besluitvorming rondom de Wet toekomst pensioenen (Wtp) en de transitie naar de nieuwe pensioenregeling. Het bestuur waardeert het dat het verantwoordingsorgaan het doorlopen proces als zorgvuldig, evenwichtig en goed uitlegbaar beoordeelt en dat het verantwoordingsorgaan unaniem positief heeft geadviseerd over het uitvoeringsreglement, het invaarbesluit, de verdeling van het vermogen en de integrale evenwichtigheidsbeoordeling. Het bestuur waardeert daarnaast de flexibiliteit die het verantwoordingsorgaan daarbij heeft getoond en is verheugd dat de gezamenlijke inspanningen hebben geleid tot een succesvolle inwerkingtreding van de nieuwe pensioenregeling per 1 januari 2026.
Het bestuur onderkent het belang van een goede informatievoorziening en transparante besluitvorming en stelt met genoegen vast dat het verantwoordingsorgaan van oordeel is dat het bestuur voldoende inzicht biedt in de afwegingen die ten grondslag liggen aan de besluitvorming. Het bestuur blijft zich inspannen om dit voort te zetten.
Ten aanzien van de uitvoeringskosten neemt het bestuur de opmerkingen van het verantwoordingsorgaan serieus. Het bestuur erkent dat de uitvoeringskosten zijn gestegen, mede als gevolg van de implementatie van de nieuwe pensioenregeling, maar ook door toegenomen (wettelijke) aandacht voor IT en Cybersecurity. Het bestuur heeft blijvend aandacht voor een adequate beheersing van deze kosten en zal dit onderwerp ook in het komend jaar na de transitie nadrukkelijk blijven monitoren.
Voor de toekomst ziet het bestuur uit naar de voortzetting van de constructieve samenwerking met het verantwoordingsorgaan. Ook in de fase na de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel blijft het bestuur het verantwoordingsorgaan tijdig informeren en betrekken bij relevante ontwikkelingen, zodat het verantwoordingsorgaan zijn belangrijke rol goed kan blijven vervullen.