Spring naar inhoud

Risicoverslaglegging

5.1 Risicoverslaglegging

Het pensioenfonds beschikt over een risicomanagementbeleid. Hierin is op hoofdlijnen beschreven hoe het pensioenfonds risico's beheerst en welke kaders hiervoor bij het pensioenfonds en bij alle uitbestedingspartners worden gehanteerd. In het beleid zijn de uitgangspunten opgenomen en wordt beschreven op welke wijze het pensioenfonds invulling geeft aan de risico-governance en aan het risicomanagementraamwerk.

5.2 Governance

Het pensioenfonds werkt volgens het 'three lines model', een methode binnen het risicomanagement die eraan bijdraagt dat de belangrijkste risico's goed beheerst worden zodat de organisatie in control is. De governancestructuur van het pensioenfonds is zodanig ingericht dat de onafhankelijkheid van de tweede lijn respectievelijk derde lijn ten opzichte van de eerste respectievelijk eerste en tweede lijn is gewaarborgd. Dit wordt onderstaand nader toegelicht.

In de risico-governance is het uitvoerend bestuur eerste lijn verantwoordelijk. Vanuit die verantwoordelijkheid bestaat de rol van het uitvoerende bestuur uit:

  • Implementeren in de dagelijkse bedrijfsvoering en de prioritering van het management van het integraal risicomanagementraamwerk;
  • Uitvoeren van het risicomanagementproces bestaande uit het identificeren en beoordelen van risico's, het vaststellen en implementeren van risicobeheersmaatregelen en bewaken en rapporteren van de risico's en de genomen beheersmaatregelen, rekening houdend met de uniformiteit waaronder de risicobereidheid;
  • Rapporteren aan zowel het bestuur als andere interne en externe belanghebbenden over de risico's waaraan het pensioenfonds is blootgesteld;
  • Waarborgen van risicobewustzijn, integriteit, ethisch gedrag en het verkondigen van het belang van risicomanagement.

De sleutelfunctiehouder risicobeheer is tweede-lijn verantwoordelijk en wordt hierbij ondersteund door de vervuller risicobeheer. De sleutelfunctie risicobeheer ondersteunt het bestuur bij de vaststelling of alle risico's afdoende worden beheerst. Dat blijkt uit het periodiek vaststellen of de diverse risicorapportages zijn ontvangen, zijn behandeld en of hiervan een zichtbare beoordeling is geweest (is vastgelegd). Ook geeft de sleutelfunctie risicobeheer gevraagd en ongevraagd zijn risico-opinie ten aanzien van door het bestuur te nemen besluiten. De sleutelfunctiehouder risicobeheer stelt op kwartaalbasis een eigen risicorapportage op met daarin onder meer een eigen oordeel over risicobeheersing van het pensioenfonds.

Andere tweede-lijnfuncties zijn de sleutelfunctiehouder actuarieel, de compliance officer en de functionaris gegevensbescherming.

De sleutelfunctiehouder interne audit is derde-lijn verantwoordelijk. Hij/zij ondersteunt en adviseert de eerste en tweede lijn en bewaakt of de eerste en tweede lijn hun verantwoordelijkheden ook daadwerkelijk nemen.

5.3 Risicomanagementraamwerk

Risicomanagementonderdelen
Het raamwerk bestaat uit zeven risicomanagementonderdelen:

  1. Het risicobeheer is doeltreffend en goed geïntegreerd in de organisatiestructuur en de besluitvormingsprocessen;
  2. Het pensioenfonds stelt strategieën, processen en rapportageprocedures vast die noodzakelijk zijn voor het regelmatig onderkennen, meten, bewaken en beheren van de risico’s en het rapporteren hierover;
  3. Het pensioenfonds heeft haar risicobereidheid gedefinieerd en heeft daaraan meetbare prestatie-indicatoren gekoppeld;
  4. Het pensioenfonds draagt zorg voor de uitvoering van het beleid, evalueert het beleid ten minste driejaarlijks en past het beleid bij belangrijke wijzigingen onverwijld aan;
  5. Het pensioenfonds heeft de instrumenten en technieken benoemd ter concrete en praktische ondersteuning van de uitvoering van het risicoproces;
  6. Het pensioenfonds beschikt over systemen en data voor het vastleggen, opslaan en analyseren van kwantitatieve en kwalitatieve risicodata;
  7. Het pensioenfonds besteedt aandacht aan mensen, cultuur en bewustzijn als essentieel onderdeel van adequaat risicomanagement.

Risicomanagementproces
Voor het borgen van kwaliteit wordt gewerkt met een cyclus voor het beheer van de verschillende onderdelen van het raamwerk. Voor een eenduidige benadering van de beheersing van risico's binnen het pensioenfonds is daartoe een risicomanagementproces gedefinieerd, bestaande uit de volgende onderdelen:

  • Risico-identificatie: het op basis van de strategie en doelstellingen identificeren van de potentiële risico's die de realisatie van de strategie en doelstellingen kunnen belemmeren.
  • Risicobeoordeling: het analyseren, beoordelen en mogelijk kwantificeren van de (oorzaken van de) risico's.
  • Risicoresponse: het bepalen van de maatregelen om met het risico om te gaan, waarbij opties zijn:
    • risicovermijding (stoppen met activiteiten);
    • risico-acceptatie (geen maatregelen);
    • risicobeheersing (beheersingsmaatregelen / controls); of
    • risico delen (herverzekeren).
  • Implementatie: het daadwerkelijk inrichten, implementeren en verankeren va, de maatregelen.
  • Bewaken & rapporteren: het gedurende het gehele risicomanagementproces bewaken en verantwoording afleggen over de kwaliteit en voortgang.

Risicotaxonomie en beoordeling
Voor het identificeren van risico’s is aangesloten op de door DNB onderscheiden risicogebieden in het basisprogramma van de Actualisatie Toezichtsmethodologie (ATM). Het fonds onderscheidt de volgende hoofdrisico-categorieën (hoofdcategorieën zijn verder onder te verdelen naar deelrisico’s): 

  • Bedrijfsmodel en strategie
    • Levensvatbaarheid bedrijfsmodel
    • Houdbaarheid strategie
  • Governance, gedrag, cultuur (GGC) en risicomanagement
    • Interne Governance
    •  Gedrag en cultuur
    • Risicomanagement
  • Integriteit
    • Witwassen
    • Terrorismefinanciering
    • Sancties
    • Corruptie
    • Maatschappelijke onbetamelijkheid
  • Prudentiële risico’s
    • Kredietrisico (financieel)
    • Marktrisico (financieel)
    • Renterisico (financieel)
    • Operationeel risico
    • Liquiditeitsrisico (financieel)
    • Verzekeringstechnisch risico (financieel)
  • Kapitaal
    • Kapitaalpositie (financieel

Risico’s worden kwantitatief en kwalitatief (aan de hand van vooraf in het risicomanagementbeleid vastgestelde referentieschalen) beoordeeld op basis van de waarschijnlijkheid van het optreden van het risico (kans) en de impact daarvan op het behalen van de doelstellingen.

De analyse van de financiële risico’s is gemaakt op basis van UFR. Indien deze op basis van marktrente wordt gemaakt, zouden de risico’s groter zijn. Bovendien zijn de analyses gemaakt op geïsoleerde risico’s waarbij in samenhang het cumulatieve risico nog aanzienlijk is.

Bij de risicoanalyse wordt onderscheid gemaakt tussen het bruto risico, het netto risico en de risicotolerantie(als weergave van de risicobereidheid). Het bruto risico is het risico zonder rekening te houden met eventuele beheersmaatregelen die het bestuur treft om de waarschijnlijkheid en/of impact te beperken. Het bruto risico is afhankelijk van de context waarbinnen het pensioenfonds opereert en de doelstellingen. Het netto risico is het risico dat overblijft nadat is gereageerd op de bruto risico’s. Indien het netto risico vanuit de risicobereidheid (nog) niet acceptabel is, worden aanvullende acties gedefinieerd om tot de risicotolerantie te komen.

Eigenrisicobeoordeling
Een wezenlijk onderdeel van het risicomanagementraamwerk is de eigenrisicobeoordeling (ERB). De ERB is een instrument voor het pensioenfonds om inzicht te krijgen in de samenhang tussen de strategie, de materiële risico’s die het pensioenfonds kunnen bedreigen, de mogelijke gevolgen hiervan voor de financiële positie van het pensioenfonds en de pensioenaanspraken en pensioenrechten. De ERB geeft inzicht in de effectiviteit van het risicobeheer inclusief de (feitelijke) beheersmaatregelen. Dit inzicht is van essentieel belang voor de vormgeving van het risicobeheer van het pensioenfonds. Het pensioenfonds voert tenminste driejaarlijks een reguliere ERB uit. Deze frequentie is geënt op de (strategische) beleidscyclus van het pensioenfonds, zodat de ERB een onderbouwing is voor strategische beleidsbesluiten.

Naast de driejaarlijkse reguliere ERB zijn er twee soorten omstandigheden die om een tussentijdse actualisatie van (een deel van) de ERB vragen:

a. Een significante wijziging in het risicoprofiel (bijvoorbeeld een significante wijziging in de risicohouding).
b. Een strategisch besluit met een materiële impact op het risicoprofiel.

In 2025 heeft het bestuur een ERB uitgevoerd vanwege een significante wijziging in het risicoprofiel, te weten de transitie in het kader van de Wtp. In de ERB is beoordeeld of de risicobeheersing voldoende doeltreffend was om de strategische ambities te realiseren tijdens en na de transitie naar Wtp. In paragraaf 5.4 worden de uitkomsten van de ERB nader toegelicht.

5.4 IRM-jaarplan

In het IRM-jaarplan worden de thema’s vastgelegd en ingepland, waarbij expliciet aandacht wordt besteed aan de daarmee gepaard gaande risico’s. De belangrijkste risico-gerelateerde thema’s in 2025 waren:

  • de mogelijke risico's die gepaard gaan met de transitie naar de Wtp in relatie tot
    • houdbaarheid strategie: de relatie met sociale partners, verantwoordingsorgaan, (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden, werkgevers en toezichthouders.
    • interne governance: de implementatie van wet- en regelgeving en de verankering daarvan in beleid.
    • operationeel: de bestuurlijke besluitvormingsprocessen, de ondersteuning daarbij vanuit adviseurs en het overleg met en de uitvoering door de partijen waaraan werkzaamheden zijn uitbesteed.
  • transitie-ERB (eigen risico beoordeling)
  • deep dive op de IT-aspecten van de pensioentransitie;
  • implementatie van het risicoraamwerk in de GRC-tool CERRIX;
  • aanpassing van het format van de integrale risicorapportage;
  • aanpassing van het IRM-beleid aan de Wtp-uitgangspunten.

Daarnaast is in 2025 een analyses van de financiële risico’s onder FTK uitgevoerd.

In 2025 zijn belangrijke stappen gezet op het gebied van IT‑risicobeheersing, informatiebeveiliging en nieuwe wet- en regelgeving. Het fonds heeft in het kader van de invoering van de DORA-verordening een nulmeting, gap‑analyse en beleidsaanpassingen uitgevoerd. Verder is de monitoring van uitbestedingspartijen geïntensiveerd, met actualisatie van SLA’s en beoordeling van IT‑ en securityrapportages. Tot slot is in 2025 gestart met de implementatie van een AI‑beleid, in lijn met de nieuwe Europese AI‑Act.

Per 1 januari 2026 is de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel (Wtp) gerealiseerd. Daarmee verschuift de focus van het pensioenfonds in 2026 naar het borgen van een beheerste werking van het risicoraamwerk van het nieuwe stelsel en het verder optimaliseren van processen, governance en communicatie binnen dit nieuwe kader.

Voor 2026 wordt door het pensioenfonds één overkoepelend thema onderscheiden, dat zijn weerslag heeft in meerdere portefeuilles:

“Borging van de risicobeheersing in de uitvoering van de nieuwe pensioenregeling”.

Voor risicobeheer & compliance is het risicoraamwerk in 2025 geactualiseerd om Wtp-proof te zijn; in 2026 ligt de nadruk op het toepassen, monitoren en waar nodig bijstellen van dit vernieuwde raamwerk.

In 2026 zullen themagebaseerde risicoanalyses worden uitgevoerd voor IT-risico’s en financiële risico’s onder Wtp. Daarnaast zal een integrale risicoanalyse worden uitgevoerd waarbij alle risico’s in de taxonomie in samenhang met elkaar worden beoordeeld.

Voor een uitgebreide toelichting op de belangrijkste financiële en actuariële risico’s en de gevoeligheid van de financiële positie van het fonds voor veranderingen in onderliggende veronderstellingen, verwijzen wij naar de risicoparagraaf in de toelichting op de jaarrekening die is opgenomen in paragraaf 10.6 op de pagina’s 126 tot en met 137. Daarin zijn onder meer scenarioanalyses opgenomen met betrekking tot rente-, inflatie- en marktrisico’s, conform de vereisten uit de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving.

5.5 Risicobeheersing

Het bestuur is verantwoordelijk voor het realiseren van de doelstellingen van het fonds, volgend vanuit de missie, visie en/of strategie van het fonds. Het bestuur bepaalt de koers van het fonds en weegt de factoren af die de koers positief of negatief beïnvloeden. Het bestuur wordt bij het streven om de doelstellingen van het fonds te bereiken, met onzekerheden geconfronteerd. Voor het bestuur is het van belang om vast te stellen welke mate van onzekerheid als acceptabel wordt beschouwd (de risicobereidheid). Integraal risicomanagement stelt het bestuur in staat om op een efficiënte en effectieve wijze om te gaan met onzekerheid en de hieraan verbonden risico’s en kansen en het beleid, de structuur de processen en middelen en de cultuur daarop af te stemmen. Het bestuur stelt de risicobereidheid jaarlijks vast. 

Hieronder wordt per risicodomein toegelicht hoe het fonds de onderliggende risico’s beheerst.

Bedrijfsmodel en strategie
Het fonds bewaakt de representativiteit en toetst jaarlijks de beleggingsprestaties via de Z‑score en performancetoets. Er is regelmatig overleg met cao‑partijen en de branchevereniging, en jaarlijks wordt het kostenniveau vergeleken met relevante peers. Iedere drie jaar wordt een communicatiebeleidsplan opgesteld, waaruit jaarlijks een jaarplan met begroting volgt; kwartaalrapportages bewaken de naleving van wettelijke communicatie-eisen en de tevredenheid van werkgevers en deelnemers wordt periodiek gemeten. Uitbestedingspartners worden jaarlijks geëvalueerd, waarbij contractvoorwaarden en de financiële gezondheid van onder andere CTI, TKP en CACEIS worden beoordeeld. Daarnaast wordt driejaarlijks getoetst of looptijd, aansprakelijkheid en exit‑clausules nog passend zijn. Kosten worden bewaakt via een jaarlijkse begroting, kwartaalcontroles en een actuariële vaststelling van het kostenresultaat. Tot slot bespreekt het bestuur ieder kwartaal wijzigingen in wet‑ en regelgeving en de gevolgen daarvan voor het fonds.

Governance, gedrag, cultuur (GGC) en risicomanagement
Het pensioenfonds heeft een collectieve bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering die elke drie jaar wordt herzien en actualiseert periodiek contracten met uitvoerders.  

Het fonds beschikt over een actuele gedragscode, verplichte nalevingsverklaringen en regelingen zoals een klokkenluiders- en incidentenregeling, die minimaal eens per drie jaar worden geactualiseerd.  

Het bestuur bespreekt ieder kwartaal wijzigingen in wet- en regelgeving en monitort evenwichtige belangenafweging. Alle nevenfuncties en relevante belangen worden vastgelegd en gerapporteerd in het jaarverslag en op de website. 

Het bestuur evalueert jaarlijks het functioneren van het collectief en individuele leden, inclusief taakverdeling, besluitvorming en naleving van de gedragscode, en betrekt eens per drie jaar een externe partij. Opleiding en kennisontwikkeling worden bewaakt via een jaarlijks opleidingsplan en studiedagen.  

Risicobeheer is geborgd door een risicomanagementbeleid, kwartaalrapportages en een jaarlijks jaarplan voor Risk & Compliance. Daarnaast voert het fonds minimaal eens per drie jaar een eigen risicobeoordeling uit.

ESG
Het bestuur stelt jaarlijks het beleggingsplan vast. In dit plan is ook het MVB-beleid (maatschappelijk verantwoord beleggen) opgenomen, inclusief mitigerende maatregelen om risico’s te beperken. Het MVB-beleid wordt gepubliceerd op de website van het fonds en voldoet aan alle wettelijke vereisten.  

Het pensioenfonds beoordeelt maandelijks en per kwartaal de beleggingsrapportages. Deze worden eerst bekeken door de UB Balansmanagement en de adviseur Balansmanagement. Bij bijzonderheden volgt bespreking in het UB groot, het portefeuilleoverleg Balansmanagement en eventueel in het bestuur. 

Integriteit
Het bestuur beoordeelt elke drie jaar de actualiteit van de gedragscode voor bestuur, verantwoordingsorgaan en betrokkenen. Elke betrokkene verklaart tweemaal per jaar digitaal naleving van de gedragscode. De externe compliance officer toetst de gedragscode twee keer per jaar en rapporteert hierover. Jaarlijks wordt het overzicht van nevenfuncties, privérelaties en belangen geactualiseerd. 

Het fonds heeft daarnaast een klokkenluidersregeling, een incidentenregeling en een klachten- en geschillenregeling.   

Van uitbestedingspartijen wordt verwacht dat zij een eigen integriteitsregeling of gedragscode hebben conform fondscriteria. Bij evaluaties wordt hier aandacht aan besteed. Partijen rapporteren via NFR-rapportages over integriteitsrisico’s en over de naleving van de sanctiewetgeving. Het bestuur toetst jaarlijks het beloningsbeleid bij uitbestedingspartijen. 

Prudentiële risico’s - financieel
Het bestuur stelt jaarlijks het beleggingsplan vast. Dit plan vormt de concrete uitwerking van het strategisch beleggingsbeleid en bevat gedetailleerde richtlijnen en normwegingen per beleggingscategorie. Het beleggingsplan fungeert tevens als mandaat voor de fiduciair manager en beschrijft de uitgangspunten voor het vermogensbeheer gedurende het jaar. 

In het beleggingsplan zijn onder meer het rente-, valuta-, inflatie- en liquiditeitsbeleid opgenomen. Daarnaast bevat het plan richtlijnen voor het beheersen van risico’s zoals prijsvolatiliteit, marktliquiditeit, concentratie, correlatie, kredietrisico en onderpandbeheer. Ook zijn afspraken vastgelegd over de verhouding tussen de match- en returnportefeuille, inclusief bandbreedtes en herbalanceringsregels. 

Monitoring en Rapportage 

  • Maand- en kwartaalrapportages worden beoordeeld door de UB Balansmanagement en de adviseur Balansmanagement. Deze rapportages bevatten onder andere informatie over de actuele allocatie, de mate van rente- en valuta-afdekking, en eventuele afwijkingen van normgewichten. 
  • Bij bijzonderheden of overschrijdingen van bandbreedtes volgt bespreking in het UB groot, het portefeuilleoverleg Balansmanagement en/of het bestuur. Indien nodig worden correctieve maatregelen genomen, zoals herbalancering of aanpassing van afdekkingspercentages. 

Risicobeheer en Afdekkingsbeleid

  • Het renteafdekkingsbeleid is gericht op het volledig afdekken van het renterisico van de geprojecteerde pensioenkasstromen (100% PV01). De fiduciair manager monitort dit dagelijks en stuurt bij binnen een bandbreedte van ±3%-punt. 
  • Het valutabeleid voorziet in een volledige afdekking van nominale beleggingscategorieën en een gedeeltelijke afdekking (50% USD) voor aandelen in ontwikkelde markten. Overige valuta worden niet afgedekt. 

Sterfte- en Actuariële Toetsing

  • Sterftetrends worden tweejaarlijks getoetst door de adviserend actuaris. Indien nodig doet deze herijkingsvoorstellen. 
  • Het sterfteresultaat wordt jaarlijks vastgesteld door de certificerend actuaris. 
  • Factorentabellen voor afkoop en flexibilisering worden jaarlijks herzien om aan te sluiten bij actuele demografische en financiële ontwikkelingen. 

Lifecycle en Normgewichten
Het lifecyclebeleid bepaalt de allocatie naar overrendement en beschermingsrendement per leeftijdscohort. Op basis hiervan stelt de fiduciair manager maandelijks de normgewichten van de match- en returnportefeuille vast. Herbalancering vindt plaats wanneer de werkelijke gewichten buiten de vastgestelde bandbreedtes (±3%-punt) bewegen. 

Prudentiële risico’s - operationeel
Het fonds beschikt over een ICT- en informatiebeveiligingsbeleid, waarin de IT-doelstellingen, governance, verantwoordelijkheden en IT-beleidsuitgangspunten zijn vastgelegd. Dit beleid wordt elke drie jaar geactualiseerd. Het bestuur neemt deel aan periodieke bewustmakingsprogramma’s en themasessies over IT en operationele weerbaarheid.  

Ook beschikt het fonds over een privacybeleid en heeft het een Functionaris Gegevensbescherming (FG) aangesteld die toeziet op een aantoonbare naleving van de gedragslijn verwerking persoonsgegevens van de Pensioenfederatie. De FG rapporteert per kwartaal over naleving en datalekken.  

Het fonds beschikt over een uitbestedingsbeleid, waarin het proces rondom uitbestedingen is vastgelegd alsmede de eisen die daarbij aan een uitvoerder worden gesteld. Het uitbestedingsbeleid wordt elke twee jaar door het bestuur geëvalueerd. Contractueel is vastgelegd dat uitbestedingspartijen zijn gehouden aan de uitbestedingsregels ingevolge de Pensioenwet, die van toepassing zijn op het fonds. Kwaliteit van de uitbesteding wordt gemonitord op basis van maand- en kwartaalrapportages, assurancerapportages, periodieke overleggen en evaluatiegesprekken. Aanvullend worden kritische uitbestedingspartijen bevraagd op diverse IT-onderdelen. 

Kapitaal
De maand- en kwartaalrapportages waarin de kapitaalpositie van het pensioenfonds en de risico's die de kapitaalpositie bedreigen zijn opgenomen worden beoordeeld door het UB Groot. De belangrijkste bevindingen worden besproken binnen de portefeuilles en het bestuur.

5.6 Frauderisico’s en beheersing

Het bestuur volgt nadrukkelijk het risico van interne, externe en fiscale fraude. In 2025 is geen fraude geconstateerd. Het bestuur hanteert ter beheersing van frauderisico de volgende maatregelen:

  • Het fonds hanteert bij alle bindende handelingen namens het fonds het vier-ogen-principe. In geval van ondertekening geldt een gezamenlijke tekenbevoegdheid.
  • Het pensioenfonds heeft een gedragscode ingesteld voor het bestuur en al degenen die voor, namens of in opdracht van het pensioenfonds werken en alle door het bestuur aan te wijzen verbonden personen, ter voorkoming van conflicten tussen het belang van het pensioenfonds, de privébelangen van betrokkenen alsmede ter voorkoming van het gebruik van vertrouwelijke informatie van het pensioenfonds voor privédoeleinden.
  • Een externe compliance officer toetst twee keer per jaar of de gedragscode wordt nageleefd op basis van vragenlijsten. Hiervan wordt een rapport opgesteld.
  • Het bestuur heeft een klokkenluidersregeling en een incidentenregeling ingesteld; alle functionarissen hebben de mogelijkheid te rapporteren aan de vertrouwenspersoon over onregelmatigheden, te weten gebeurtenissen van algemene, operationele of financiële aard die een ernstig gevaar vormen of kunnen vormen voor de beheerste en integere bedrijfsvoering van het fonds. De gedragscode, de klokkenluidersregeling en de incidentenregeling maken deel uit van het integriteitsbeleid dat door het fonds is vastgesteld. Tijdens de benoemingsprocedures wordt expliciet aandacht geschonken aan integriteitsaspecten. Onderdeel van de benoemingsprocedures is een toetsing van geschiktheid en betrouwbaarheid door DNB. Fiscale risico's die het gevolg zijn van fouten (zoals de BTW problematiek) worden in de jaarrekening vermeld onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen.
  • Het fonds beschikt over een beloningsbeleid en het bestuur toetst tevens het beloningsbeleid bij de uitbestedingspartners. Tijdens de benoemingsprocedures wordt expliciet aandacht geschonken aan integriteitsaspecten. Onderdeel van de benoemingsprocedures is een toetsing van geschiktheid en betrouwbaarheid door DNB.
  • Het fonds beschikt over een uitbestedingsbeleid, waarin het proces rondom een nieuwe uitbesteding is vastgelegd alsmede de eisen die daarbij aan een uitvoerder worden gesteld.
  • Betalingen worden getoetst aan vooraf gemaakte schriftelijke afspraken. Bij het ontbreken daarvan wordt navraag gedaan of daadwerkelijk opdracht gegeven is en vindt alsnog schriftelijke vastlegging plaats.
  • In de overeenkomsten met de uitbestedingspartners is opgenomen dat zij aansprakelijk zijn voor schade als gevolg van onder andere fraude.
  • Het bestuur toetst of uitbestedingspartners beschikken over een procuratieregeling en een (minimaal) 4 ogen principe hanteren.
  • De werkgever is verplicht om alle werknemers die aan de pensioenregelingen deel moeten nemen bij het fonds aan te melden. Daarbij dient de werkgever ervoor zorg te dragen dat het fonds de beschikking krijgt over alle door het bestuur nodig geoordeelde gegevens. De werkgever dient ervoor te zorgen dat alle vereiste gegevens volledig, juist en tijdig worden verstrekt. De werkgever is aansprakelijk voor schade die het fonds lijdt als gevolg van het aanleveren van onvolledige, onjuiste of niet tijdige informatie door de werkgever.
  • Het pensioenreglement bevat de informatieverplichtingen voor deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.
  • Via SUAG worden maandelijks wijzigingen in arbeidsgeschiktheid gemeld en verwerkt.